Op 16 december 2008 heeft de gemeenteraad de Rechtspositieregeling van het stadspersoneel (RPR) goedgekeurd. Door praktische bezwaren en hogere regelgeving zijn een aantal wijzigingen aan de rechtspositieregeling noodzakelijk.
|
1. Wijzigingen m.b.t. selectie |
Er wordt in de rechtspositieregeling een nieuwe, alternatieve selectieprocedure voorzien voor de niveaus A, B en C. De aanstellende overheid kan beslissen om voor deze niveaus een vacante betrekking in te vullen volgens de huidige selectieprocedure of volgens de nieuwe selectieprocedure. De nieuwe selectieprocedure bestaat net als de huidige selectieprocedure uit ten minste twee delen, waarvan minstens één mondeling deel. Afhankelijk van de soort vacante betrekking kan de aanstellende overheid beslissen uit hoeveel delen de selectieprocedure bestaat.
Het stadsbestuur streeft met deze selectieprocedure naar efficiëntiewinst en houdt ook rekening met de noden van de interne klant en de kandidaat:
In het kader van het toenemend aantal kandidaten voor bepaalde selectieprocedures is er nood aan een selectieprocedure die toelaat om het hoge aantal kandidaten te beperken. In de nieuwe selectieprocedure is het eerste selectieonderdeel steeds een generiek eliminerend deel op basis van genormeerde en gevalideerde testen. Deze werkwijze is minder arbeidsintensief en tijdbesparend.
Bij een procedure van interne personeelsmobiliteit moeten kandidaten dit eerste eliminerend selectieonderdeel niet doorlopen omdat zij zich kandidaat stellen voor een vacante betrekking die in dezelfde graad of in een andere graad van dezelfde rang is ingedeeld.
Kandidaten kunnen zich in de nieuwe selectieprocedure ook niet langer onbeperkt kandidaat stellen voor dezelfde graad of een graad op een hoger niveau.
De huidige werkwijze van de wervingsreserve met pools heeft als nadeel dat een dienstchef bij een vacante betrekking op zijn/haar dienst weinig inspraak in de finale keuze heeft tussen de verschillende kandidaten. Dit omwille van het feit dat de volgorde van de pools moet gevolgd worden en het oriënteringsgesprek niet eliminerend is. In de nieuwe selectieprocedure kan meer maatwerk worden aangeboden, doordat alle punten worden gegeven op het mondeling gedeelte waarop ook de dienstchef aanwezig is.
De kandidaat die een vrijstelling heeft behaald voor een bepaald niveau, wordt automatisch ook vrijgesteld voor het onderliggende niveau.
|
2. Wijzigingen m.b.t. de proeftijd/inloopperiode |
In de rechtspositieregeling wordt voorzien dat diensten die een personeelslid heeft vervuld in een hogere functie als de functie waarin hij of zij wordt aangesteld, in aanmerking worden genomen voor de proeftijd of de inloopperiode. Als een personeelslid een proeftijd of inloopperiode op een hoger niveau heeft doorlopen, dan mag men ervan uitgaan dat deze prestaties ook dienstig zijn voor een functie op een lager niveau, waarin dan niet opnieuw een proeftijd dient te worden doorlopen.
|
3. Wijzigingen m.b.t. de opzeggingstermijnen voor statutaire personeelsleden |
Bij een ontslag wegens beroepsongeschiktheid van een statutair personeelslid bedraagt de opzeggingstermijn 3 maanden per begonnen schijf van vijf jaar statutaire tewerkstelling bij het bestuur. Deze opzeggingstermijn is gebaseerd op de voormalige opzeggingstermijnen die golden voor contractuele bedienden. Door de invoering van het eenheidsstatuut werden de opzeggingstermijnen voor de contractuele personeelsleden aangepast. Er wordt een vaste opzeggingstermijn bepaald voor elke werknemer, en dit ongeacht het statuut van arbeider of bediende. De nieuwe opzeggingstermijn wordt uitgedrukt in weken en geldt zowel voor nieuw aangeworven werknemers als voor werknemers die op 1 januari 2014 reeds in dienst waren. Voor werknemers die op 31 december 2013 al in dienst waren, werd een systeem ontworpen waarbij de reeds opgebouwde opzeggingstermijn op datum van 31 december 2013 behouden blijft.
Het voorstel is om de opzeggingstermijn voor statutaire personeelsleden te berekenen naar analogie met de bepalingen van de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Zo gelden dezelfde opzeggingstermijnen voor contractuele en statutaire personeelsleden.
|
4. Wijzigingen m.b.t. mobiele telefonie |
Het bestuur verschaft aan sommige personeelsleden een mobiele telefoon volgens de voorwaarden voorzien in de handleiding mobiele telefonie. In de rechtspositieregeling wordt een expliciete verwijzing opgenomen naar deze handleiding. Er wordt ook voorzien dat personeelsleden tijdens de diensturen bereikbaar moeten zijn op hun mobiele of vaste telefoon.
|
5. Redactionele wijzigingen |
Deze wijzigingen moeten onderhandeld worden met de vakbonden en voorgelegd worden aan de OCMW-raad voor voorafgaand advies. Een gedetailleerde beschrijving van de voorgestelde wijzigingen is te vinden in de bijlage.
Keurt de wijzigingen goed aan de Rechtspositieregeling Personeel Stad Gent, zoals gevoegd in bijlage die integraal deel uitmaakt van deze beslissing.