Terug
Gepubliceerd op 30/06/2021

2015_MC_00048 - Kleuter'spijbelen' steeds groter probleem. - Fatma Pehlivan

Commissie Onderwijs, Personeel en FM
wo 11/02/2015 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 11/02/2015 - 19:33
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Ilknur Cengiz, Ondervoorzitter; Paul Goossens; Wis Versyp; Sami Souguir; Fatma Pehlivan; Zeneb Bensafia; Anne Schiettekatte; Steven Vromman; Bram Van Braeckevelt; Karlijn Deene; Camille Daman; Sandra Van Renterghem; Greet Riebbels; Caroline Van Peteghem; Mieke Bouve; Ömer Faruk Demircioglu; Robin De Wulf; Marc  Lootens,

Afwezig

Siegfried Bracke; Freya Van den Bossche; Mehmet Sadik Karanfil; Astrid De Bruycker; Sven Taeldeman; Gabi De Boever; Johan Deckmyn; Sara Matthieu; Guido Meersschaut; Jef Van Pee; Stephanie D'Hose; Geert Versnick; Gert Robert; Dirk Holemans; André Rubbens

Voorzitter

Ilknur Cengiz, Ondervoorzitter
2015_MC_00048 - Kleuter'spijbelen' steeds groter probleem. - Fatma Pehlivan 2015_MC_00048 - Kleuter'spijbelen' steeds groter probleem. - Fatma Pehlivan

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Het aantal kleuters dat te vaak afwezig is op school stijgt opvallend. In Gent was het voorbije schooljaar (2013-2014) liefst acht procent van de vijfjarige kleuters onvoldoende aanwezig. Het fenomeen doet zich niet alleen voor in Gent. Ook in andere steden was er het voorbije jaar een duidelijke stijging. Het gaat hier om een kwetsbare sociale groep, net diegenen voor wie kleuteronderwijs hard nodig is. Kinderen die een taalachterstand hebben en in een kansarme situatie opgroeien. De achterstand die ze al op jonge leeftijd opbouwen, is nadien nog heel moeilijk in te halen. Dit zijn de kinderen die later snel schoolmoe worden en nog later afhaken zonder diploma. Hierdoor krijgen zij ook minder kansen op tewerkstelling en hebben zij het moeilijk op de arbeidsmarkt. Uiteindelijk worstelen ze zelfs met hun plaats in de maatschappij.

Indiener(s)

Fatma Pehlivan

Gericht aan

Elke Decruynaere

Tijdstip van indienen

vr 30/01/2015 - 15:43

Toelichting

Wat zijn de oorzaken en hoe verklaart men de stijging van het aantal afwezige kleuters in de scholen?

Hoe wordt het probleem in Gent aangepakt (nu en in de toekomst)?

Komt er overleg met de Minister van Onderwijs over een eventuele specifieke en ondersteunende aanpak voor de steden?

 

Bespreking

Antwoord

Antwoord op vraag 1

Doorheen de zoektocht naar een verklaring van de stijging en naar wie de kinderen zijn, ben ik erop gekomen dat de cijfers niet correct zijn. Scholen, zowel stedelijke als niet stedelijke, gaven aan dat de input van de aanwezigen niet correct gebeurde, dat ze kampten met computerproblemen of dat de minister foutieve leerlingenaantallen hanteert.

Vanuit deze reacties, stel ik de correctheid van de cijfers in vraag. Het is voor mij dan ook niet mogelijk om een antwoord te geven op de vraag wat de oorzaak van de stijging is.

Maar daarachter mogen we ons niet verschuilen. We moeten erkennen dat in Gent een gedeelte van de kleuters onvoldoende aanwezig is en dat dit een invloed uitoefent op hun verdere schoolloopbaan.

Over welke kinderen spreken we? Bij de bevraging van de Gentse scholen kwamen er 5 aandachtspunten naar boven.

Late instromers:
Dit zijn kinderen die niet starten op 1 september, maar in de loop van het schooljaar. Hierdoor kunnen ze nooit voldoende dagen hebben en komen ze dus voor in het overzicht van kleuters die onvoldoende aanwezig waren.

Moeilijk bereikbare ouders:
De kinderen zijn ingeschreven, maar komen niet. Het lukt de scholen niet om contacten te leggen met de ouders en ze te sensibiliseren om naar school te komen. Door geen contact te kunnen leggen met de ouders, slaagt de school er niet in om de ouders van het belang van naar school gaan te overtuigen.

Roma-kinderen:
Deze kinderen kampen met een multiproblematiek die hun leren verhinderd. Algemeen gezien gaat het hier over een groep van kinderen voor wie de schoolcultuur een vreemd gegeven is.

'Spookkinderen':
Dit zijn kinderen die voor een langdurige periode of definitief naar het buitenland gaan.

Kinderen in precaire leefomstandigheden:
Hier gaat het over een groep kinderen die vaak ziek zijn wegens ongezonde leefomstandigheden, kinderen die door het onzekere verblijfstatuut van de ouders vaak verhuizen en daardoor plots heel ver van de school wonen waardoor ouders ze thuis houden maar eveneens over kinderen met werkloze ouders. Voor sommige ouders die het moeilijk hebben is hun kind de enige verantwoordelijkheid die hun nog rest, als hun kind op school zit, zijn ze deze enige verantwoordelijkheid kwijt.

Om te antwoorden op uw vraag wat de oorzaken zijn, denk ik dat we kunnen stellen dat de afwezigheid gelinkt is aan het profiel van de groep waarmee we geconfronteerd worden. Het gaat hier over een moeilijk bereikbare, kansarme groep. Een groep die met andere prioriteiten geconfronteerd wordt, die door hun moeilijke thuissituatie niet altijd tot onderwijs komt of zelfs een groot wantrouwen heeft ten aanzien van alles wat formeel of overheid is.

Antwoord op vraag 2

Het probleem in Gent wordt aangepakt door aanklampend te werken.

Deze aanpak wordt heel mooi geïllustreerd door onze brugfiguren. Momenteel telt Gent 38 brugfiguren, waarvan 2 net gestart in het secundair onderwijs. Zij zijn verspreid over 38 vestigingsplaatsen, waar ze de brug leggen tussen thuis en school. Ze zorgen voor een vertrouwensband bij de ouders, wat fundamenteel is bij deze groep die vanuit een positie van wantrouwen vertrekt. Verder stemmen ze ook de verwachtingen en aanpak van ouders en schoolteam op elkaar af. Dit doen ze door huisbezoeken, infosessies en samenwerkingen met externen.

Daarnaast werken we op dit moment ook met een projectsubsidie in het kader van kinderarmoedebestrijding, waar we inzetten op sleutelfiguren. Met de hulp van deze sleutelfiguren willen we proberen het belang van scholing in het algemeen en kleuterparticipatie in het bijzonder in het licht te zetten. Hiervoor wordt de piste van het vastleggen van getuigenissen bekeken. Getuigenissen die dan verspreid kunnen worden bij organisaties zoals K&G, inloopteams en het OCMW.

In de toekomst werken we de werking van de brugfiguren verder uit door onder andere te komen tot een evaluatie en het verzamelen van good pratices. Op die manier willen we komen tot een verfijning van de werking en zo de doelgroepen nog beter bereiken. Met de good practices willen we ook andere werkingen inspireren.

Antwoord op vraag 3

De Minister van Onderwijs heeft naar bijkomende informatie gevraagd aangaande de brugfiguren. Ze vond dit unieke project heel interessant en wil dit samen met haar collega Jo Vandeurzen verder bekijken. Het Departement en mijn Kabinet zijn momenteel de noodzakelijke informatie aan het verzamelen. Ik zal deze spoedig aan de Minister overmaken met daarbij de expliciete vraag om verder in overleg te gaan. Een datum werd nog niet vastgelegd.

 



di 17/02/2015 - 14:52