In de kwaliteitskrant De Standaard verscheen vorige maand een uitgebreid artikel van Karel Van Keymeulen over de nu 88 jarige Pierre Vlerick onder de titel: ‘De laatste man die oude rekenmachines kan herstellen’.
Het levensverhaal van deze Gentenaar is meer dan interessant. Een technicus die gefascineerd is door mechaniek, bezieler is van oude schrijf- en rekenmachines en er gans zijn leven, ook professioneel mee bezig was. Nog wekelijks onderhoudt en herstelt hij nu als vrijwilliger rekenmachines voor het Gentse Universiteitsmuseum. Zelf beschikt hij over een ‘thuismuseum’ met zo’n 200 oude schrijf- en rekenmachines met een vermoedelijke waarde van 25.000 euro. Hij kent de ganse geschiedenis van de sector als geen ander, en werkte ook mee aan de brochure ‘Van telraam tot computer’. Hij adviseerde over de getypte briefwisseling in het onderzoek naar de gestolen Rechtvaardige Rechters. Gelet op de reeds hoge leeftijd wenst hij zijn waardevolle verzameling voor de toekomst een goed en blijvend onderkomen te geven, een begrijpbare laatste wens. Maar blijkbaar is er in tegenstelling tot de ons omringende landen in België geen enkel museum geïnteresseerd, ook de Gentse musea niet?
Is deze situatie gekend bij het stadsbestuur en de bevoegde Schepen van Cultuur?
Wat is de houding van het stadsbestuur in deze?
Kan de stad alsnog bemiddelen bij de mogelijks in aanmerking komende Gentse musea (het Gents Universiteitsmuseum, het MIAT, eventueel het Design Museum, maar ook de boekhandels en papierwinkels bv) of zelf een initiatief nemen?
Ik heb het bewuste artikel ook gelezen in de krant. Als ik zo’n dingen lees ben ik steeds onder de indruk van de passie waarmee verzamelaars zoals Pierre Vlerick er in slagen door de jaren heen een collectie op te bouwen. En samen met de collectie ook een bijzondere know-how en kennis die vaak uniek is. De relatie tussen musea en het ‘erfgoed gemeenschap’ is daarom ook erg belangrijk. Elk van onze musea investeert ook in die soort van relaties. Het is immers onmogelijk om van alle aspecten van de totaliteit van een museumcollectie alles te weten.
De collectie van Pierre Vlerick is mij persoonlijk niet bekend. Ik ben wel op de hoogte van de rol die hij speelt in de restauratie van de collectie schrijfmachines van Willem Fredrik Hermans die in bezit is van boekhandel de Limmerick. En het feit dat hij vrijwilliger is in het wetenschapsmuseum van UGent.
Ik ga me niet uitspreken over de collectie en de waarde daarvan. Dat is voer voor specialisten. Ik heb contact opgenomen met het MIAT omdat daar de grootste know-how zit over dit soort van collectie. De mensen van het museum hebben me laten weten dat
In het artikel werd gezegd dat het MIAT gecontacteerd werd hierover, maar dit is zeker niet gebeurd onder de huidige directie.
1) MIAT zal contact opnemen met Pierre Vlerick om deze collectie te bezichtigen en de concrete wensen van de aanbieder te horen.
2) MIAT in overleg met haar erfgoedgemeenschap (collega instellingen zowel van Stad Gent als in Vlaanderen, als internationaal), de collectie en de noodzaak om deze te verwerven zal beoordelen (MIAT zelf of partner binnen de erfgoedgemeenschap).
Er wordt hierbij rekening gehouden met:
Dit zijn de standaardstappen die ondernomen worden bij vragen om nieuwe stukken in een collectie te laten opnemen. Ik denk dat we nu dat mensen van het MIAT vooral hun werk moeten laten doen.
wo 11/03/2015 - 10:07