In de beleidsnota openbaar groen wordt een vernieuwd bomenplan ( met een bomenbeleidsplan en een bomenbeheerplan) in het vooruitzicht gesteld, voor ondermeer de instandhouding en het beheer van de 30 000 individueel beheerde straatbomen. Terecht worden de bomen op het openbaar domein beeldbepalend genoemd. Maar ook de boomspiegels kunnen in sommige gevallen het esthetisch beeld versterken.
In een aantal buitenlandse historische steden merk ik dat men consequent de uniforme stadsbrede stijl voor stadsmeubilair (de banken, de lantaarns, de toeristische wegwijzers,…) ook door vertaalt naar de boomspiegels, met soms een esthetisch zeer geslaagd resultaat. Ik verwijs bv. naar Bordeaux.
Ik meen in Gent te merken dat de inrichtingskeuze individueel van park tot park, van wijk tot wijk of van plein tot plein verschilt, omdat de verschillende projectarchitecten en ontwerpers hun persoonlijke stijl kunnen opleggen, voor zover men binnen de wettelijke voorschriften en de besteksmaatregelen blijft.
Vraag 1: Kan overwogen worden om de diensten stedenbouw, openbaar groen en stadsmarketing samen te laten nadenken over een meer doorgedreven consequentere stijl die stadsbreed herkenbaar is?
De stadsdiensten die bezig zijn met ontwerp en beheer van het openbaar domein en ikzelf zijn ervan overtuigd dat een duurzame, herkenbare, consistente en integrale benadering een meerwaarde is voor een stad.
Zo hebben de stadsdiensten in het verleden alvast het IPOD of Integraal Plan Openbaar Domein aangezet met:
Een eerste luik dat uitspraak doet over het uniform materiaalgebruik voor de verhardingen afhankelijk van de ruimtelijke context;
Een tweede luik doet uitspraak doet over de uniforme maatgeving binnen het openbaar domein afhankelijk van het snelheidsregime;
En momenteel is de uitwerking van het derde luik van het plan aangevat met de aanvang van een studieopdracht.
Binnen deze studieopdracht zal net het aspect waar uw vraag naar peilt mee onderzocht en uitgewerkt worden namelijk het uniformiseren en bepalen van de toekomstige richtlijnen voor allehande straatmeubilair. Deze studie wordt getrokken door de dienst Stedenbouw en Ruimtelijke planning enopgevolgd door de leden van de werkgroep IKZ heraanleg wegen en heeft tot doelstelling om tot een stadsbreed gedragen voorstel te komen.
Vraag 2: Zouden er schaalvoordelen kunnen zijn als gevolg van een dergelijke ééngemaakte stijl qua inrichtingselementen zoals boomspiegels, maar ook andere meubelelementen in het openbaar groen, zoals banken?
Wij zijn er van overtuigd dat dit zijn voordelen zal hebben, door het beperken van het scala aan objecten wordt het eenvoudiger om een stock aan vervangonderdelen te beheren en aangevuld te houden. Zonder hiervoor een heel grote stockageruimte met weinig gebruikte onderdelen nodig te hebben. Hierdoor wordt het tevens eenvoudiger om bij eventuele schade op een relatief korte termijn herstellingswerken uit te voeren.
Verder is het niet ondenkbaar dat de markt zal evolueren naar de gemaakte keuzes en dat bepaalde objecten die nu slechts beperkt verkrijgbaar zijn bij meerdere fabrikanten in het gamma komen waardoor de concurrentie meer kan spelen,
Vraag 3: Hoeveel boomspiegels heeft men de jongste jaren op het openbaar domein aangelegd (nieuwe en vervangingen)?
Een actieve teller wordt er door de Dienst Wegen, Bruggen en waterlopen niet bijgehouden daar dit op zich geen meerwaarde heeft. Het Wegen Inventarisatie Systeem (WIS) wordt na aanleg aangepast met het as-builtplan, inclusief boomroosters en dit is voor het verdere beheer afdoende. We kunnen echter wel meegeven dat het toch een aanzienlijk aantal moet geweest zijn in de laatste jaren. De 2 meest recente dossiers hebben we toch even nageteld:
- Op de Gasmeterlaan: 80 zonder boomrooster
- Brusselse steenweg: 75 zonder boomrooster
- Koningin Elisabethlaan: 34 met boomrooster
- Kortrijksesteenweg: 37 zonder boomrooster
- Oude beestenmarkt: 22 zonder boomrooster
ma 19/01/2015 - 10:45