Rechtspositieregeling Personeel Stad Gent artikel 156
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 43 § 2, 4°
Voor sommige specifieke graden ervaart de Dienst Rekrutering en Selectie moeilijkheden om geschikte kandidaten aan te trekken of vacatures in te vullen.
Een van de redenen hiervoor is de regel dat bij indiensttreding maximaal 10 jaar relevante ervaring op de arbeidsmarkt voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit in aanmerking kan genomen worden.
Artikel 156 van de RPR biedt de mogelijkheid om jaarlijks door de gemeenteraad een lijst te laten vastleggen van graden waarvoor bij indiensttreding uitzonderlijk kan afgeweken worden van de maximaal meerekenbare anciënniteit van 10 jaar.
Om de aantrekkelijkheid van een tewerkstelling bij de Stad Gent voor de knelpuntberoepen te verhogen, dient gebruik gemaakt te worden van de mogelijkheid voorzien in artikel 156 van de RPR. Dit artikel bepaalt dat voor de toekenning van de periodieke salarisverhogingen, ook de beroepservaring in de privésector of als zelfstandige in aanmerking wordt genomen, op voorwaarde dat die beroepservaring relevant is voor de uitoefening van de functie en tot maximaal 10 jaar. Jaarlijks kan de gemeenteraad echter een lijst vastleggen van de graden waarvoor bij indiensttreding uitzonderlijk kan afgeweken worden van die maximaal meerekenbare periode van 10 jaar.
Thans wordt volgende lijst van graden die door de VDAB als knelpuntberoep zijn omschreven, aangevuld met de graden waarvoor de Dienst Rekrutering en Selectie momenteel moeilijkheden ondervindt om de vacatures in te vullen, voorgelegd:
NIVEAU A
NIVEAU B
NIVEAU C
NIVEAU D
Voor deze graden moet bij indiensttreding afgeweken kunnen worden van de maximaal meerekenbare periode van 10 jaar voor de toekenning van de periodieke salarisverhogingen. Die afwijking dient te gelden voor de personeelsleden die in dienst treden vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015.
Keurt de lijst van graden goed (knelpuntberoepen) waarvoor bij indiensttreding kan afgeweken worden van de maximaal meerekenbare periode van tien jaar voor de vaststelling van de geldelijke anciënniteit:
NIVEAU A
NIVEAU B
NIVEAU C
NIVEAU D
Keurt goed dat voor de personeelsleden met een graad voorkomend op deze lijst die aangesteld worden tussen 1 januari 2015 tot 31 december 2015, de beroepservaring in de privésector of als zelfstandige die relevant is voor de uitoefening van de functie, voor een periode van meer dan 10 jaar in aanmerking genomen wordt.