In Het Laatste Nieuws van 10 januari geeft de Schepen/Ocmw-Voorzitter aan dat de Gentse werkloosheidsgraad eind december 2014 de hoogste was in tien jaar.
Volgens cijfers van de VDAB (Arvastat) waren er op dat moment 15.495 niet werkende werkzoekenden in Gent, wat overeenkomt met 13 % van de actieve bevolking.
In vergelijking met december 2013 is dit een stijging met 3 %. Hoewel de jongerenwerkloosheid eind 2014 een licht dalende trend vertoonde (in vergelijking met december 2013) is de stijging bij sommige andere kansengroepen groter dan gemiddeld.
Het klopt dat we eind december 2014 met bijna 15.500 werkzoekenden, op het hoogste werkloosheidsniveau zaten in tien jaar. Dat is het resultaat van de crisis, die sinds 2008 in twee golven op ons af is gekomen.
In januari 2015 ligt dit cijfer nog wat hoger nl. ongeveer 15.800.
De laatste maanden zien we echter lichtpunten op de Gentse arbeidsmarkt.
Zo zien we dat de jongerenwerkloosheid sinds enkele maanden licht aan het afnemen is.
En dat de conjunctuurgevoelige uitzendsector voorzichtig opleeft.
Tegelijk was er in 2014 een gevoelige daling van de tijdelijke werkloosheid om economische redenen, wat erop wijst dat de orderboeken weer beter gevuld raken.
Ook is het aantal bedrijfsfalingen afgenomen en het aantal bij de VDAB geplaatste vacatures toegenomen.
Al zitten we nog lang niet terug op het niveau van voor de crisis.
Ondanks die groei van het aantal vacatures zien we echter dat OOK DE WERKLOOSHEID verder blijft toenemen, wat op zich natuurlijk paradoxaal is.
Dat heeft te maken met een groeiende ‘mis match’ op de arbeidsmarkt.
Werkgevers zijn in te grote mate op zoek naar goed opgeleide mensen of “witte raven”. Naar direct inzetbare medewerkers, die snel renderen in de ongemeen harde concurrentiestrijd.
Zo is het aantal vacatures mét ervaringsvereiste de laatste jaren gevoelig toegenomen, van minder dan één derde voor de crisis, tot bijna twee derden vandaag.
Een onthutsend cijfer, maar ook logisch.
Want door de crisis is het makkelijker hoger geschoolde, inzetbare kandidaten te vinden. De ‘sterke’ profielen lagen en liggen voor het oprapen.
Het gevolg is dat er nu zoveel laaggeschoolden, zoveel mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in de arbeidsreserve zitten.
Zij vinden de weg naar de arbeidsmarkt niet zonder ondersteuning, en kunnen dus niet zomaar op de vacatures instappen.
Onze verwachting is dus dat zij niet of minder van de opleving zullen kunnen profiteren.
Daarom is het enorm belangrijk dat er gerichte maatregelen worden genomen om deze mensen financieel “aantrekkelijker” te maken voor werkgevers.
En dan verwelkom ik de recente beslissing tot hervorming van de doelgroep-korting, die sinds de Zesde Staatshervorming de bevoegdheid van Vlaanderen is geworden.
Die hervorming zal de inspanningen bundelen om drie groepen op de arbeidsmarkt te ondersteunen: jongeren, arbeidsgehandicapten en ouderen.
Maar ook de tussengroep niet vergeten zoals veertigers die hun baan verloren zijn.
Ze zal de bestaande, al te complexe Activa-maatregelen vervangen.
Alleen jammer dat deze bundeling van middelen pas vanaf 2016 in voege komt, terwijl het ijzer nu gesmeed had moeten worden. De nood aan meer kansen op werkervaring dus ook.
Daarom pleit ik voor meer werkplekleren, mét werkervaringsmogelijkheden op reële werkvloeren.
Mét omkadering en gepaste begeleiding.
Als Stad en OCMW Gent zullen we sterk in werkervaringsmaatregelen voor kansengroepen blijven investeren.
Maar de Vlaamse beslissing om bestaande werkervaringssystemen als PWA, WEP en artikel 60 af te bouwen, en ‘in te kantelen’ in een nieuw systeem waarvan de contouren nog onvoldoende duidelijk zijn, dreigt dit te doorkruisen.
En vooral onze interne werkvloeren budgettair onhoudbaar te maken. Bijvoorbeeld bij het oprichten van een Dienstenbedrijf rekenden we op de mensen die onder artikel 60 vallen of werkervaringsprojecten.
Bovendien leidt dit vooral tot onrust en onduidelijkheid op het terrein, terwijl onze inspanningen nu vooral op een goede afstemming van bestaande instrumenten had moeten liggen.
Ik roep Vlaanderen dan ook op tot meer overleg.
Tot meer samenspraak, vóór er beslissingen worden genomen, die gevolgen hebben voor de lokale inspanningen van Stad en OCMW.
En hoop dat mijn oproep niet onbeantwoord blijft. Want net dat is wat de afgelopen maanden te vaak is gebeurd, ondanks onze uitgestoken hand.
Op brief van 22 oktober 2014 naar Minister Muyters hebben we nog steeds geen antwoord gekregen.
Het enige lichtpunt is dat er rond PWA een overleg gepland wordt in maart, samen met de collega’s van Antwerpen.