De Wet van 10 januari 1824 over het recht van opstal
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 43, § 2, 12°
In afwachting van de volledige herontwikkeling van de Dampoort wenst Het Vlaamse Gewest, meer bepaald het Agentschap Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, nu nog de Kasteellaan te verbreden, de aanwezige busbaan te verlengen tot aan het kruispunt met de Heernislaan en een nieuwe in- en uitrit tot de busparking ter hoogte van de Heernislaan aan te leggen.
Al deze werken kunnen niet gerealiseerd worden op eigen gronden van het Vlaamse Gewest. Het Vlaamse Gewest heeft daarom aan de dienst Vastgoedbeheer van de Stad Gent de vraag gesteld of een deel van het stadseigendom, gelegen te 9000 Gent, Kasteellaan, daarvoor kan ingenomen worden.
In overleg met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen acht de dienst Vastgoedbeheer het wenselijk om met het Vlaamse Gewest een opstalovereenkomst te sluiten.
De opstalovereenkomst wordt gesloten voor een duur van 50 jaar.
Het Vlaamse Gewest is geen opstalvergoeding verschuldigd. De opstalvergoeding bestaat uit de kosten die volledig door het Vlaamse Gewest worden gedragen, voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van het in opstal gegeven goed.
In het geval dat de schuld voortvloeiend uit de voorliggende opstal niet onmiddellijk (volledig) bij het verlijden van de akte voldaan wordt, is de hypotheekbewaarder in dit geval - overeenkomstig artikel 35 van de Hypotheekwet - normaal gezien gebonden om van deze openstaande schuldvordering ambtshalve een hypothecaire inschrijving te nemen in zijn registers. Deze inschrijving biedt de Stad een zekerheid omtrent de latere betaling ervan. Achteraf handlichting bekomen van deze inschrijving brengt evenwel kosten met zich mee.
Gelet op de zekerheid rond de solvabiliteit van de medecontractant, wordt dan ook voorgesteld om de hypotheekbewaarder van deze specifieke plicht te ontslaan.