Het dossier schoolgebouw in de wijk Malem, Dapperheidstraat +2, heeft betrekking op de capaciteitsproblematiek binnen het onderwijs. Vandaag hebben verschillende steden en gemeenten problemen met het faciliteren van lokaal kleuter en lager onderwijs. Specifiek naar de Stad Gent wordt vastgesteld dat er in bepaalde buurten een enorm probleem is naar de beschikbare plaatsen voor kinderen wonend in de buurt. Meer concreet heeft dit dossier betrekking op de sector Brugse Poort – Rooigem en specifieker de wijk Malem. In de wijk Malem moet 63,2 % van de schoolgaande jeugd zich richten tot scholen buiten Malem. Hierbij komt dat deze wijk voornamelijk uit sociale woningen bestaat. De inwoners zijn te definiëren als kansengroepen met een beperkte mobiliteit. Bijgevolg is lokaal onderwijs des te belangrijker om deze kinderen niet uit te boot te laten vallen.
Bovendien kadert het dossier ook binnen verkeersproblematiek binnen de stadsgrenzen. Vandaag is er een overaanbod aan verkeer tijdens de spits. Door mensen te verplichten hun kinderen naar een school te brengen buiten de wijk creëert men bijkomende weggebruikers en dus een hogere verkeersdruk.
Bijgevolg kadert dit dossier binnen de visie van het faciliteren van voldoende en lokaal onderwijs, het ondersteunen van kansengroepen en het verbeteren van de verkeersimpasse op Gents grondgebied.
De Stad Gent wenst bijkomende schoolinfrastructuur te voorzien doch hiervoor zijn er quasi geen geschikte opties binnen de wijk Malem. Een uitzondering hierop is een leegstaand schoolgebouw centraal gelegen binnen de wijk Malem dat door de eigenaar te koop werd gesteld.
De Stad Gent trachtte dit aan te kopen en deed een bod aan de eigenaar.
Hiernaast startte de Stad Gent ook een onteigeningsprocedure teneinde dit goed in extremis te verwerven via een onteigening.
Gelet op het belang van de aankoop van het goed wenste de Stad Gent ook via de gewone procedure van de verkoop van het schoolgebouw een bod van 595.000 euro te doen. Aangezien de Stad Gent reeds de opmaak van een onteigeningsplan startte werd hier dan ook een bod gedaan navenant de voorwaarden van een “minnelijke” onteigening. Dit bod wordt samengesteld uit de schattingsprijs en andere schadeposten die worden vergoed bij een gerechtelijke onteigening.
Concreet werd een gemiddelde van de schattingsverslagen van de verkoper en de Stad Gent genomen en werd een vergoeding gegeven voor: de wederbelegging, wachtinteresten, de houders van genotsrechten, kosten van de juridische bijstand, de verhuiskosten en de kosten van technische bijstand.
Bovendien werd de garantie gegeven dat het schoolgebouw ten dienste zal staan voor de plaatselijke bevolking en het verenigingsleven en werd er ook verzekerd dat een herlocalisatie van de gebruikers OKRA en AA groep zal worden voorzien. Verder werd er nog een regeling voorzien met betrekking tot de bereikbaarheid van de aanpalende kerk via de speelplaats enkel voor de huidige gebruikers voor zolang deze kerk voldoet als lithurgische ruimte.
Gelet op bovenstaande voorwaarden besliste de eigenaar van het schoolgebouw om het te verkopen aan de Stad Gent voor de som van 595.000 euro.
Er werd een beslissing genomen door het college van burgemeester en schepenen over het vervroegd beschikbaar stellen van de kredieten voor deze aankoop, dit onder voorbehoud van goedkeuring van de aankoop door de gemeenteraad.