Artikel 3, § 1 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder bepaalt dat de norm voor het aantal vergunde taxivoertuigen in een gemeente één taxivoertuig per duizend inwoners is. Krachtens artikel 4, § 1 van hetzelfde besluit kan deze norm bij gemeenteraadsbeslissing verlaagd worden met ten hoogste 20 procent.
Het decreet voorziet deze optie onder meer voor steden en gemeenten waar er op het openbaar domein nog onvoldoende vrije en interessante ruimte beschikbaar is voor het inrichten van bijkomende taxistandplaatsen. Dit is in Gent momenteel het geval.
In geval van een beperking van het aantal taxivoertuigen is de gemeente verplicht eerst een reglement op te stellen betreffende de verdeling van het aantal bestaande en nieuwe taxikaarten (artikel 4, § 4 van voornoemd besluit).
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het 'Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder', goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 24 juni 2013, te wijzigen: er wordt een artikel 5bis toegevoegd in verband met de verdeling van het aantal (bestaande en nieuwe) taxikaarten: als de norm voor het aantal vergunde voertuigen bereikt is, maakt het college een wachtlijst op waarin de aanvragers in chronologische volgorde van ontvangst van de aanvraag worden opgenomen.
"Artikel 5bis – Norm en wachtlijst taxivergunningen
§1. De gemeenteraad legt een norm vast voor het aantal vergunde taxivoertuigen.
§2. Zolang de norm voor het aantal vergunde taxivoertuigen niet is bereikt, krijgt een aanvrager die aan alle voorwaarden voldoet een vergunning. Is de norm bereikt, dan komt een aanvraag in chronologische volgorde van ontvangst op een wachtlijst terecht. Pas als er een vergunning vrijkomt, komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking.
§3. De wachtlijst werkt volgens de volgende principes:
1° Aanvragen dienen te gebeuren bij het Mobiliteitsbedrijf.
2° Om opgenomen te worden op de wachtlijst dient de aanvrager een kopij van zijn identiteitskaart en een model 1 van maximaal 3 maanden oud te bezorgen aan het Mobiliteitsbedrijf.
Een aanvraag wordt pas als volledig beschouwd wanneer beide documenten in het bezit van het Mobiliteitsbedrijf zijn. Deze datum is tegelijk de datum van opname op de wachtlijst. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van zijn inschrijving op de wachtlijst.
Wanneer uit het model 1 blijkt dat de aanvrager niet voldoet aan één van de toelatingsvoorwaarden, wordt de aanvraag niet opgenomen op de wachtlijst.
3° De aanvrager zal moeten voldoen aan alle toelatingsvoorwaarden op het moment dat zijn aanvraag in aanmerking komt voor een vergunning.
4° Elke aanvrager, ongeacht of het gaat om een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, kan zich slechts éénmaal op de wachtlijst inschrijven.
5° De inschrijving is ondeelbaar. Als de aanvrager in aanmerking komt voor een vergunning, wordt die hem toegekend voor het volledig aantal voertuigen waarvoor hij aanvankelijk een aanvraag heeft ingediend. Verdelen over meerdere vergunningen is niet toegelaten.
6° Het college verleent voorrang aan de exploitant die de hernieuwing van zijn vergunning vraagt. Als de hernieuwing wordt geweigerd en als de norm niet is bereikt, dan worden aanvragen van de wachtlijst chronologisch in aanmerking genomen.
7° De kandidaat-exploitant die volgens de wachtlijst eerstvolgend in aanmerking komt voor een vergunning, krijgt drie maanden de tijd om te slagen in het examen beroepsbekwaamheid.
8° Als de norm wordt bereikt, komt op de wachtlijst ook de exploitant terecht die zijn aantal voertuigen wil verhogen. Als deze aanvrager aan de beurt is, moet hij wel het volledig aantal voertuigen exploiteren waarvoor hij aanvankelijk een vergunning kreeg. Is dit niet het geval, dan moet hij binnen twee maanden zijn wagenpark aanvullen.
9° De aanvrager die niet voldoet aan één van de voorwaarden uit 3°, 7° en 8° verliest zijn chronologische plaats op de wachtlijst en moet dus een nieuwe aanvraag indienen.
§4. Wanneer op het moment dat de verlaagde norm van kracht wordt deze norm overschreden is, blijven alle lopende vergunningen geldig. Tot zolang de norm overschreden blijft, kunnen geen nieuwe vergunningen toegekend worden."
Met dit besluit wordt uitgewerkt volgens welke principes de wachtlijst zal werken. De wijziging aan het reglement treedt in werking op 1 oktober 2014.
Wijzigt het Stedelijk reglement inzake taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder door toevoeging van een artikel 5bis, dat luidt als volgt:
Artikel 5bis – Norm en wachtlijst taxivergunningen
§1. De gemeenteraad legt een norm vast voor het aantal vergunde taxivoertuigen.
§2. Zolang de norm voor het aantal vergunde taxivoertuigen niet is bereikt, krijgt een aanvrager die aan alle voorwaarden voldoet een vergunning. Is de norm bereikt, dan komt een aanvraag in chronologische volgorde van ontvangst op een wachtlijst terecht. Pas als er een vergunning vrijkomt, komt de eerstvolgende op de wachtlijst in aanmerking.
§3. De wachtlijst werkt volgens de volgende principes:
1° Aanvragen dienen te gebeuren bij het Mobiliteitsbedrijf.
2° Om opgenomen te worden op de wachtlijst dient de aanvrager een kopij van zijn identiteitskaart en een model 1 van maximaal 3 maanden oud te bezorgen aan het Mobiliteitsbedrijf.
Een aanvraag wordt pas als volledig beschouwd wanneer beide documenten in het bezit van het Mobiliteitsbedrijf zijn. Deze datum is tegelijk de datum van opname op de wachtlijst. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van zijn inschrijving op de wachtlijst.
Wanneer uit het model 1 blijkt dat de aanvrager niet voldoet aan één van de toelatingsvoorwaarden, wordt de aanvraag niet opgenomen op de wachtlijst.
3° De aanvrager zal moeten voldoen aan alle toelatingsvoorwaarden op het moment dat zijn aanvraag in aanmerking komt voor een vergunning.
4° Elke aanvrager, ongeacht of het gaat om een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, kan zich slechts éénmaal op de wachtlijst inschrijven.
5° De inschrijving is ondeelbaar. Als de aanvrager in aanmerking komt voor een vergunning, wordt die hem toegekend voor het volledig aantal voertuigen waarvoor hij aanvankelijk een aanvraag heeft ingediend. Verdelen over meerdere vergunningen is niet toegelaten.
6° Het college verleent voorrang aan de exploitant die de hernieuwing van zijn vergunning vraagt. Als de hernieuwing wordt geweigerd en als de norm niet is bereikt, dan worden aanvragen van de wachtlijst chronologisch in aanmerking genomen.
7° De kandidaat-exploitant die volgens de wachtlijst eerstvolgend in aanmerking komt voor een vergunning, krijgt drie maanden de tijd om te slagen in het examen beroepsbekwaamheid.
8° Als de norm wordt bereikt, komt op de wachtlijst ook de exploitant terecht die zijn aantal voertuigen wil verhogen. Als deze aanvrager aan de beurt is, moet hij wel het volledig aantal voertuigen exploiteren waarvoor hij aanvankelijk een vergunning kreeg. Is dit niet het geval, dan moet hij binnen twee maanden zijn wagenpark aanvullen.
9° De aanvrager die niet voldoet aan één van de voorwaarden uit 3°, 7° en 8° verliest zijn chronologische plaats op de wachtlijst en moet dus een nieuwe aanvraag indienen.
§4. Wanneer op het moment dat de verlaagde norm van kracht wordt deze norm overschreden is, blijven alle lopende vergunningen geldig. Tot zolang de norm overschreden blijft, kunnen geen nieuwe vergunningen toegekend worden.