-
De directies van scholen in Gent melden dat zij bij hun leerlingen vaststellen dat radicalisering een toenemend probleem is.
Een directeur zegt in dit artikel: 'Het is ook onze taak (van onderwijs) om te verhinderen dat radicalisering een voedingsbodem kan vinden'
In uw reactie in de krant zegt u dat het belangrijk is dat er “adequaat wordt gereageerd”.
U zegt ook dat u hulpvragen krijgt van ouders die vaststellen dat hun kinderen radicaliseren.
Wat bedoelt u met “adequaat reageren”?
Wat doet u concreet om leerkrachten en ouders die geconfronteerd worden met extremistische opvattingen goed te ondersteunen?
Welke rol ziet u hierin voor de stedelijke pedagogische begeleidingsdienst?
Hebt u zicht op de omvang van het probleem?
Hoe wordt radicalisering op de scholen opgevolgd? Is er geen nood aan een meer structurele opvolging?
In welke zin biedt het stadsbestuur ondersteuning aan scholen – van het stedelijke en andere netten – om adequaat met deze problematiek om te gaan?
Na overleg met de verschillende onderwijsnetten zullen we op hun vraag op korte termijn de volgende maatregelen nemen:
Er wordt in nauw overleg met de directies van het stedelijke secundair onderwijs een getrapte procedure uitgewerkt op tekenen van radicalisering. Radicalisering is een proces. Directies van het stedelijk secundair onderwijs moeten precies weten wat de geschikte aanpak is in elke fase van het proces.
a) Het centrale uitgangspunt is en blijft dat de scholen zelf het beste in staat zijn om de zorg voor hun leerlingen op te nemen in een eerste fase. Leerkrachten, vertrouwensleerkrachten, leerlingbegeleiders en directies zijn goed geplaatst om radicale religieuze, politieke of andere denkbeelden en gedragingen bij jongeren te kaderen. Een veilig en verbindend schoolklimaat, waar jongeren en hun ouders zich thuis voelen, een stem hebben en waar naar hen geluisterd wordt, is de beste context om problemen te verhelpen. Zijn er signalen die niet binnen de klascontext kunnen worden opgevangen dan treedt een procedure in werking waarbij de directie, de ouders, een CLB-medewerker, de klassenraad, het schoolteam en in indien nodig ook de politie wordt betrokken.
b) Elke secundaire school zal een contactpersoon radicalisering aanstellen die door internen en externen aangesproken kan worden over gevallen van radicalisering. Deze persoon zal een opleiding krijgen zodat hij/zij deskundigheid verwerft in het omgaan met signalen van radicalisering. In problematische situaties zal deze persoon samen met de vertrouwenspersoon, de directie, het CLB, … een traject op maat van de leerling bepalen.
We richten op korte termijn een ‘train the trainer’ voor de contactpersonen radicalisering in. Het gaat hier om een specifieke vorming voor de personen die individuen en/of groepen begeleiden als er tekenen van radicalisering merkbaar zijn.
Op vraag van de netoverschrijdende directies zal ik een periodieke overlegtafel organiseren waarin uitwisseling centraal zal staan. Het startpunt van deze overlegtafel zal een trefdag zijn. Tijdens de trefdag zullen vooraanstaande experten en ervaringsdeskundigen een duidelijk kader bieden aan de aanwezige directies om het fenomeen van de radicalisering van jongeren te plaatsen.
Na dit startmoment zal de overlegtafel op geregelde tijdstippen samen komen.
Het is essentieel dat we ons niet alleen op de leerkrachten en onderwijsinstellingen richten, maar dat de jongeren zelf ook aan het woord komen. We onderzoeken momenteel welke culturele en interactieve activiteiten we hiervoor kunnen organiseren. Net zoals het voorgaande zullen ook deze initiatieven een netoverschrijdend karakter hebben.
We gaan de problemen niet uit de weg, maar gaan er samen met de jongeren op een positieve manier mee om:
- We halen binnenkort de Democratiefabriek naar Gent: jongeren krijgen tijdens deze tentoonstelling allerhande opdrachten die hen telkens uitdagen hun eigen ideeën, hun twijfels, opinies en vooroordelen ter discussie te stellen.
- We onderzoeken of we de theatervoorstelling ‘Reizen Jihad’ naar Gent kunnen halen. Reizen Jihad is een theaterproject rond identiteit en extreme idealen, vertrekkend vanuit het actuele gegeven van de Syriëstrijders.
Op vraag van de verschillende onderwijsnetten onderzoeken we hoe we meer uitwisseling tussen leerkrachten kunnen organiseren om van elkaar te leren en vooroordelen te ontkrachten.
In welke mate wordt hierover met het onderwijsveld overlegd? Zult u ter zake bijkomende initiatieven nemen?
Het spreekt voor zich dat ik vanuit mijn regierol als Gents onderwijsschepen de scholen over de netten heen wens te betrekken. Deze ochtend had ik zoals gezegd een uitgebreid en erg constructief overleg met vertegenwoordigers uit verschillende onderwijsnetten. Met hen kwam ik overeen om de zonet opgesomde initiatieven te nemen.
Wat bedoelt u met “adequaat reageren”?
We moeten waakzaam en alert zijn, zonder de problematiek te overdrijven. Binnen het IVA Stedelijk Onderwijs werken we ondertussen een duidelijke procedure uit en duiden we per school contactpersonen radicalisering aan.
Uit het overleg met de verschillende onderwijsnetten heb ik vooral geleerd dat we moeten inzetten op het ‘verbinden’ van leerlingen en leerkrachten. De Gentse scholen doen daar vandaag al heel wat inspanningen voor en zijn er van overtuigd dat dit zeer positieve effecten heeft.
Wat ik ook heb geleerd uit het gesprek is dat de leerkrachten eigenlijk erg trots zijn op hun leerlingen die bijna unaniem op een constructieve met de gebeurtenissen omgaan.
Wat doet u concreet om leerkrachten en ouders die geconfronteerd worden met extremistische opvattingen goed te ondersteunen?
Zoals ik eerder heb uiteengezet wordt de getrapte aanpak in het IVA Stedelijk Onderwijs gestroomlijnd. Dit is in de eerste plaats bedoeld voor de leerkrachten, maar ook de ondersteuning en betrokkenheid van de ouders krijgen er een prominente plaats in.
Welke rol ziet u hierin voor de stedelijke pedagogische begeleidingsdienst?
Op korte termijn zien we hierin specifieke rol voor de stedelijke pedagogische begeleidingsdienst weggelegd. Het netoverschrijdende Onderwijscentrum Gent zal er wel een belangrijke rol in vervullen.
Welke concrete vaststellingen werden al geregistreerd in de Gentse scholen? Welke maatregelen nam de schepen tot nu toe? Heeft de schepen een concreet plan klaar ter bestrijding van islamradicalisering in de Gentse scholen?
De antwoorden op uw vragen zitten in de voorgaande antwoorden verwerkt. Wat me wel stoort is de toon van uw vraagstelling. Wij gaan geen campagne lanceren tegen islamradicalisering. Want dit gaat niet over de islam of over religie alleen. En ja, het gewelddadige jihadisme is vandaag wereldwijd een bedreiging en we moeten ons er in Gent tegen wapenen. Maar de beste aanpak is een aanpak met alle Gentse jongeren. Dat was ook een duidelijk signaal in het overleg met de onderwijsactoren. De meest diverse scholen in het stedelijk onderwijs zijn er naar eigen zeggen zelf het hardst mee bezig. Hun aanpak is geen aanpak van wantrouwen en verdachtmakingen. De leerlingen gaan unaniem op een constructieve wijze om met de gebeurtenissen. Het is een gevoel van in dialoog te gaan, van de uitdagingen samen aan te pakken, met alle Gentse jongeren. Dat is de Gentse aanpak, en die richting gaan we blijven volgen.
ma 23/03/2015 - 09:55