Terug

2015_GR_00465 - Kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent. - Wijziging

Commissie Haven, Economie en Financiƫn
di 09/06/2015 - 19:00 Gemeenteraadszaal

Samenstelling

Bevoegde schepen

Christophe Peeters
2015_GR_00465 - Kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent. - Wijziging 2015_GR_00465 - Kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent. - Wijziging

Motivering

Gekoppelde besluiten

Op basis van welke regels (rechtsgronden) wordt deze beslissing genomen?

Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 2.

Regelgeving waaruit blijkt dat het orgaan bevoegd is

Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, §2 en §3.

Wat gaat aan deze beslissing vooraf?

In zitting van 25 juni 2012 keurde de gemeenteraad het nieuwe kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent goed. In dit kader werden voor het eerst criteria en limieten opgenomen rond duurzaamheid.
De gemeenteraad gaf toen tevens de opdracht aan het college om tegen 1 juli 2015 (1°) een evaluatie te maken van het kader rond de beleggingen en financieringen en (2°) aan de gemeenteraad een werkwijze voor te stellen voor het opleggen aan alle banken van een duurzaamheidsscreening. 

In zitting van 24 september 2012 keurde de gemeenteraad de laatste versie (met één kleine wijziging in artikel 4.2.4) van het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent goed.

In zitting van 6 september 2012 keurde het college de door het rentecomité voorgestelde criteria en limieten rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, goed.

Waarom wordt deze beslissing genomen?

Het opzetten van een duurzame bankenbenadering voor de selectie van de banken voor alle financiële relaties van de Stad is juridisch en praktisch nog altijd niet mogelijk en haalbaar omwille van volgende redenen:
(1°) voor transacties onderworpen aan de Wetgeving op Overheidsopdrachten (bijvoorbeeld het aangaan van leningen) is het op vandaag nog altijd zo dat banken niet kunnen uitgesloten worden indien ze niet duurzaam of maatschappelijk verantwoord zouden handelen;
(2°) er bestaat nog altijd géén algemeen aanvaarde en publiek beschikbare duurzaamheidsrating -of label voor alle financiële instellingen.

Er wordt voorgesteld om voor de beleggingen verder de productbenadering toe te passen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 juni 2012.
De toen opgelegde ambitie om minstens 25 % van de korte termijn middelen in duurzame producten te beleggen, werd gerealiseerd. In de grafieken in bijlage wordt de evolutie weergegeven van de uitstaande duurzame thesaurie voor de jaren 2013 en 2014. De gemiddelde duurzame thesaurievoorraad bedroeg voor 2013 en 2014 10,7 miljoen euro respectievelijk 17,5 miljoen euro en lag hiermee beduidend hoger dan het door het kader opgelegde minimum van 10 miljoen euro. De stijging in 2014 wordt verklaard door het feit dat de bestaande pool van banken voor duurzame beleggingen (Triodos Bank en VDK Spaarbank) werd uitgebreid met Belfius Bank.
Aan het college zal dan ook voorgesteld worden om de bestaande limiet van de minimale duurzame thesaurievoorraad op te trekken.

In de maand maart werd voor de korte termijn beleggingen een marktbevraging gelanceerd naar in totaal 18 banken. Hieruit is gebleken dat Triodos Bank, VDK Spaarbank en Belfius Bank nog steeds duurzame producten aanbieden die voldoen aan de criteria opgelegd door het interne kader van de Stad.

Wat de lange termijn beleggingen in Tak 23 van het pensioenfonds betreft, werd hoofdstuk 3 van het kader aangepast teneinde  de aandelenportefeuille te diversifiëren naar andere continenten. Op de Europese aandelen blijft het Ethibel-label van toepassing; de aandelen van de andere continenten moeten voldoen aan de transparantiecode van Candriam.

In het kader rond de financieringen zijn volgende criteria en limieten opgenomen:
5.2.2. De gemiddelde resterende looptijd van de schuldportefeuille moet kleiner zijn dan de gewogen gemiddelde resterende afschrijvingsperiode van de gefinancierde aciva.
5.3.1. Het maximum percentage te herfinancieren lange termijn schuld dat op vervaldag komt binnen achttien maand. 
5.3.2. Het maximum percentage lange termijn schuld dat gefinancierd is via een korte termijn financieringsbron.
5.3.3. De ratio schulden met vaste rente t.o.v. de totale schuldportefeuille.
5.3.4. De duration van de totale schuldportefeuille. 
5.3.5. Het maximum totaal uitstaand notioneel bedrag aan derivaten per financiële instelling. Deze limiet is een tienvoud van de limiet maximum totaal uitstaand nominaal bedrag aan beleggingen per financiële instelling.

Volgende aanpassingen aan het financieringskader worden voorgesteld:

criterium 5.2.2
:
"De gemiddelde resterende looptijd van de schuldportefeuille moet bepaald worden op basis van de gewogen gemiddelde looptijd van de investeringen waarop aanrekeningen zijn gebeurd".
Reden: aanpassing volgens BBC-regelgeving

limiet 5.3.5:

Het woordje "tienvoud" wordt aangepast naar "vijfvoud". Bovendien wordt volgend nieuw criterium opgenomen (zie 5.2.5):
"Voor het indekken van renterisico's wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van traditionele instrumenten (bvb. een 'forward fixing' of de in de lening contractueel voorziene mogelijkheden). Derivaten worden ook toegelaten maar mogen enkel aangegaan worden bij financiële instellingen met een externe lange termijn rating. Bovendien moet de looptijd van deze derivaten beperkt gehouden worden".
Reden: beperken kredietrisico (of tegenpartijrisico)

nieuwe limiet 5.3.6:
"Het maximum percentage van bankleningen die een renteaanpassing krijgen in een bepaald kwartaal".
Reden: inperken renterisico

nieuwe limiet 5.3.7:
"Het maximum percentage alternatieve schuld (= bullet-financiering via de geld -en kapitaalmarkt) t.o.v. de totale schuldportefeuille".
Reden: inperken liquiditeitsrisico

Ook omwille van het beperken van het liquiditeits -en renterisico zal door het rentecomité aan het college voorgesteld worden om een verlaging door te voeren van de percentages van de bestaande limieten 5.3.1 en 5.3.2.     
    

Activiteit

AC34667 Voeren van financieel beheer

Besluit

De commissie haven, economie en financiƫn legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Wijzigt het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, zoals goedgekeurd in zitting van 24 september 2012, als volgt:

criterium 5.2.2:
"De gemiddelde resterende looptijd van de schuldportefeuille moet bepaald worden op basis van de gewogen gemiddelde looptijd van de investeringen waarop aanrekeningen zijn gebeurd".

limiet 5.3.5:

Het woordje "tienvoud" wordt aangepast naar "vijfvoud". Bovendien wordt volgend nieuw criterium opgenomen (zie 5.2.5):
"Voor het indekken van renterisico's wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van traditionele instrumenten (bvb. een 'forward fixing' of de in de lening contractueel voorziene mogelijkheden). Derivaten worden ook toegelaten maar mogen enkel aangegaan worden bij financiële instellingen met een externe lange termijn rating. Bovendien moet de looptijd van deze derivaten beperkt gehouden worden".

nieuwe limiet 5.3.6:
"Het maximum percentage van bankleningen die een renteaanpassing krijgen in een bepaald kwartaal".

nieuwe limiet 5.3.7:
"Het maximum percentage alternatieve schuld (= bullet-financiering via de geld -en kapitaalmarkt) t.o.v. de totale schuldportefeuille".

Artikel 2

Keurt goed de gecoördineerde versie van het kader rond de beleggingen en financieringen van de Stad Gent, zoals toegevoegd in bijlage.


Bijlagen

  • 20150402_DO_Bijlage 1 GR-besluit.pptx
  • 20150402_DO_KADER BELEGGINGEN EN FINANCIERINGEN.definitieve versie.doc