Terug
Gepubliceerd op 30/06/2021

2015_MC_00041 - Problematiek van de islam-radicalisering en de stille optocht “Je suis Charlie”. - Johan Deckmyn

Commissie Algemene Zaken, Intercommunales en Bevolking
di 10/02/2015 - 20:30 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 10/02/2015 - 21:12
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Bruno Matthys, Voorzitter; Dirk Holemans, ondervoorzitter; Isabelle De Clercq; Johan Deckmyn; Guy Reynebeau; Filip Van Laecke; Sami Souguir; Zeneb Bensafia; Anne Schiettekatte; Elke Sleurs; Siegfried Bracke; Karin Temmerman; Caroline Van Peteghem; Sven Taeldeman; Stephanie D'Hose; Astrid De Bruycker; Ömer Faruk Demircioglu; Camille Daman; Bram Van Braeckevelt

Afwezig

Steven Vromman; Greet Riebbels; Fatma Pehlivan; Gabi De Boever; Wis Versyp; Sara Matthieu; Veli Yüksel; Geert Versnick; Mehmet Sadik Karanfil; Karlijn Deene; Guido Meersschaut

Voorzitter

Dirk Holemans, ondervoorzitter
2015_MC_00041 - Problematiek van de islam-radicalisering en de stille optocht “Je suis Charlie”. - Johan Deckmyn 2015_MC_00041 - Problematiek van de islam-radicalisering en de stille optocht “Je suis Charlie”. - Johan Deckmyn

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Op zondag 11 januari vond er in Gent een stille optocht plaats naar aanleiding van de gruwelijke islamitische terreurdaden in Parijs waarbij in totaal 17 doden vielen.

Op zich is dit zeker een waardevol initiatief. Ook het Vlaams Belang was vragende partij om een signaal te geven inzake het feit dat onze vrije meningsuiting steeds meer onder druk komt te staan, zeker als het gaat om kritiek op de Islam.

Tot mijn grote verbazing stelde ik vast dat op de bijeenkomst op het Sint-Pietersplein in het kader van de herdenking van de slachtoffers in Parijs opgeroepen werd om meer begrip te tonen voor de familieleden van de Syriestrijders.
Eén van de sprekers tijdens deze manifestatie was Saskia van Nieuwenhove. Zij was onwaarschijnlijk éénzijdig in haar betoog en trok bijna uitsluitend de kaart van de “zogenaamde” moslimslachtoffers. Ook andere sprekers zoals Mong Rosseel en de burgemeester probeerden vooral de problematiek van radicalisering van moslims onder de mat te vegen en te verwijzen
naar een samenleving waarin “wij” niet zouden worden opgezet tegen “zij”. Daarbij vergaten ze vooral dat “zij” de aanslagen plegen en “wij” de slachtoffers zijn.

Opvallend was dat ook de zogenaamde gematigde moslims zich blijkbaar niet aangesproken voelden om deel te nemen aan de stille optocht. Enkel een aantal jongeren van het jeugdhuis Ergenekon liep mee in de optocht met een spandoek 'Islam staat niet gelijk aan terrorist'.

Toch roepen de aanslagen in Parijs en ook de recente feiten in Verviers, waarbij islam-terroristen werden gedood, vragen op over de aanpak van de islamradicalisering in Vlaanderen. Ook in Gent mag men niet blind zijn voor het gevaar van de verdere radicalisering van islamitische jongeren. De stad Gent was één van de eerste steden die, na de aanslagen in Parijs, in het kader van de veiligheid van de agenten, concrete maatregelen nam. Na de uitschakeling van de islamterroristen in Verviers was het extra beveiligen van het politiecommissariaat echter de enige extra maatregel die het stadsbestuur nam.

Indiener(s)

Johan Deckmyn

Gericht aan

Daniel Termont

Tijdstip van indienen

di 27/01/2015 - 21:36

Toelichting

Vindt de burgemeester niet dat de stille optocht naar aanleiding van de aanslagen in Parijs behoorlijk eenzijdig was in zijn kritiek naar de islam-radicalisering?

Wie was verantwoordelijk voor de organisatie van de stille optocht? Wie koos de sprekers?

Welke maatregelen zal de stad Gent verder nemen tegen de islamitische radicalisering in het algemeen en de veiligheid in Gent in het bijzonder?

Bespreking

Antwoord

 

Op zaterdag 11 januari werd inderdaad een solidariteitsoptocht gehouden in onze stad. De optocht werd georganiseerd door diverse organisaties. De officiële aanvraag werd ingediend door de mensen van “De Gentse Lente”, een school (De Buurt) en een moskee (De Groene Moskee).

Er werd ook door heel wat organisaties en scholen verder gemobiliseerd.

De optocht stond in het teken van meer democratie, verdraagzaamheid en grootmoedigheid. Het was een optocht tegen terrorisme, fundamentalisme, extremisme en onverdraagzaamheid en voor het recht op vrije meningsuiting, wederzijds begrip en diversiteit.

“Wij” dat zijn de mensen die in vrede en vrijheid willen samenleven en constructief willen samenwerken. “Zij” dat zijn de mensen die geweld gebruiken en angst en haat zaaien. “Zij” dat zijn diegenen die journalisten vermoorden of moskeeën in brand steken.

Het is niet het stadsbestuur die de sprekers aanduidde en al zeker niet dicteerde wat zij moesten vertellen.

Deze optocht stond net in het teken van de vrije meningsuiting. Het zijn de organisatoren die de sprekers hebben vastgelegd.

In haar toespraak sprak mevrouw Van Nieuwenhove over een persoonlijke ervaring. Ze had het over de thuissituatie van een familie waar één van de zonen naar Syrië was vertrokken. De kern van haar boodschap leek mij te zijn: “We hebben oog voor repressie, we staan open voor nog meer veiligheidsmaatregelen, we zijn tegen de Syriëstrijders maar hebben geen enkele maatschappelijke aandacht voor hun dichte omgeving.”

De vrijheid van meningsuiting is wat mij betreft onaantastbaar en we moeten krachtig en repressief optreden tegen elke vorm van terreur. Maar we moeten wel degelijk oog hebben voor de omgeving waarin jongeren, dus ook jonge moslims, opgroeien.

In die zin waren de toespraken net erg evenwichtig. Tot zover mijn antwoord op uw eerste vragen.

Voor wat betreft de maatregelen tegenover radicalisering, hierbij volgende toelichting:

Sinds het begin van de crisis in Syrië wordt bijzondere aandacht besteed aan de het fenomeen van radicalisering bij jonge moslims. Er is een nationale Task Force en een lokale, arrondissementele Task-force “Radicalisme”. Zij volgen individuele dossiers op.

De lokale Taskforce is samengesteld uit leden van de Oost-Vlaamse Lokale Politiekorpsen, de Federale Politie, andere Veiligheidsdiensten en het Parket. De Task Force volgt individuele dossiers op van mensen die mogelijks zouden kunnen radicaliseren.

Ouders, familieleden of vrienden van jongeren die radicaliseren, naar Syrië vertrekken of dreigen te vertrekken kunnen terecht bij het federale meldpunt van de Task Force. Dit gaat om dossiers die vanuit politionele hoek dienen te worden opgevolgd.

De folder over dit meldpunt werd in Gent door onze diensten en Politie verdeeld in scholen, moskeeën, de gevangenis, bij middenveldorganisaties, het SOI, enz.

Op Vlaams niveau is er tevens een meldpunt waar hulpverleners en leerkrachten terecht kunnen met vragen over radicalisering.

Er werd ook een Vlaams platform Radicalisering opgestart. Daarin zetelen een afgevaardigde van de VVSG, een federaal ambtenaar van de FOD Binnenlandse Zaken, Dienst Veiligheid en Preventie en een afgevaardigde van de administraties van Welzijn,

Werk, Jeugd, de VDAB, Integratie, Stedenbeleid en Onderwijs. Deze ambtenaren komen op structurele basis samen om informatie uit te wisselen en om in te spelen op acute vragen van de lokale besturen of anderen. Het platform heeft tot doel de lokale besturen te ondersteunen in hun preventieve strijd tegen radicalisering.

Op lokaal niveau is er verregaande samenwerking tussen diensten, middenveld en veldwerkers. We trachten met sociale preventie en het bestrijden van uitsluitingsmechanismen de voedingsbodem voor radicalisme weg te nemen.

Op curatief vlak worden signalen van jongeren die toch radicaliseren, opgevolgd en gesignaleerd. En op repressief vlak, speelt de Politie haar rol ten volle.

De Stad onderhoudt op alle niveaus een goede dialoog met moskeeverenigingen, imams en de voorzitters van de moskeeën.

Ook vandaag heb ik met de korpschef overleg gepleegd en ben ik ingelicht van een aantal nieuwe feiten.

Ik heb ook overleg gehad met Brahim Laytouss en hij ziet de meerwaarde niet in van een bijkomend lokaal meldpunt. Hij zal mij wel een nota bezorgen met betrekking tot de preventie van radicalisering.

Er werd ook telkens aangegeven dat er binnen de moskeeën aandacht is voor dit thema en dat men via de preken tegen het fenomeen ingaat.

Wij zijn van plan om ons beleid ter zake blijvend te stroomlijnen door de nodige overlegmomenten met de betrokken diensten blijvend te organiseren. We zijn van plan om de nodige opleidingen en vormingen gericht op preventie en signalisatie van radicalisme nog breder aan te bieden.

In overleg met de korpschef is beslist om een cel op te richten. Hiertoe zijn 4 inspecteurs bij de Recherche aangeduid om alle signalen m.b.t. radicalisering te analyseren.

do 12/02/2015 - 14:03