Het Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, art 6. 2°.
Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, § 3.
Het Decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers werd opgeheven bij Decreet van 29 maart 2013 houdende wijziging van diverse decreten wat de woonkwaliteitsbewaking betreft. In dit decreet werd bepaald dat bestaande gemeentelijke kamerreglementen slechts bleven gelden tot 31 december 2014. Het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers werd opgeheven bij besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen. Om aanvullende kwaliteitsvereisten voor kamers te kunnen behouden moest tijdig, ten laatste op 30 juni 2014, een nieuw reglement ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Vlaamse minister van Wonen. Dit geschiedde (gemeenteraadsbesluit van 28 april 2014) en het nieuwe politiereglement op de kamerwoningen van de Stad Gent trad op 1 januari 2015 in werking.
Naar aanleiding van de eerste praktijkervaring met het nieuwe reglement wordt voorgesteld de tekst ervan aan te passen. Het initiatief werd genomen door de Brandweer en de voorstellen werden teruggekoppeld met de Dienst Juridische Zaken, Dienst Administratie - afdeling Bouw- en Woontoezicht, Dienst Organisatieontwikkeling en Dienst Wonen.
De belangrijkste wijzigingen zijn:
1° Gemeenschappelijke sanitaire ruimten. Omdat “gemeenschappelijke ruimten” gedefinieerd wordt met inbegrip van gemeenschappelijke sanitaire ruimten zijn alle regels over gemeenschappelijke ruimten ook van toepassing op deze ruimten. Dit heeft tot gevolg dat elke gemeenschappelijke sanitaire ruimte, zoals een toilet of een douche, een afzonderlijk compartiment moet vormen met een zelfsluitende brandwerende deur en een ABC-poederblusser en over een rookdetector op centrale moet beschikken. Dit is in de praktijk onhaalbaar en in de relevante artikels wordt dan ook een uitzondering geïntroduceerd voor gemeenschappelijke sanitaire ruimtes. Indien deze ruimten echter tevens als berging worden gebruikt zijn de regels voor bergingsruimten van toepassing.
2° Vloeren uit moeilijk brandbare materialen. In artikel 4.2§3 van het huidig reglement wordt bepaald dat alle wanden, vloeren en plafonds in de kamerwoning uit moeilijk brandbare materialen moeten bestaan. Dit is veel strenger dan de basisnormen en heeft tot gevolg dat vele bestaande houten vloeren, parketten, de meeste tapijten, kliklaminaten, vinyls, linoleums niet langer voldoen en moeten vervangen worden. Met deze wijziging wordt dit enkel verplicht voor de vloeren van evacuatiewegen.
3° Evacuatiewegen via keukens. Momenteel bepaalt artikel 4.2§4, b), derde lid van het reglement dat er geen open kookgelegenheden in de gangen en het trappenhuis mogen voorkomen. Letterlijk geïnterpreteerd sluit dit in sommige omstandigheden echter niet uit dat de evacuatieweg toch via een keuken loopt. Daarom wordt voorgesteld om gangen en trappenhuis te vervangen door evacuatiewegen, wat beter overeenstemt met de geest van het reglement.
4° Kelder. Artikel 4.2§5, c) van het huidig reglement bepaalt dat de trap die toegang geeft tot ondergrondse bouwlagen van de bovenliggende trap gescheiden moet worden door wanden EI60, of REI 60 wanneer ze dragend zijn en zelfsluitende brandwerende deuren EI1 30.
Daarnaast bepaalt artikel 4.2§6, b) van het huidig reglement dat in de kelderverdieping geen brandbaar materiaal of afval opgestapeld mag worden, tenzij dit gebeurt in een daartoe speciaal ingerichte ruimte met plafond en wanden van 1 uur brandweerstand ((R)EI 60) en afgesloten met een deur die een brandweerstand heeft van 1/2 uur (EI1 30).
Hoewel deze twee bepalingen complementair zijn was hierover verwarring ontstaan. Er wordt daarom voorgesteld om te verduidelijken dat het in de tweede bepaling gaat om een speciaal ingerichte ruimte binnen de kelder. Daarnaast wordt ook voorgesteld om te bepalen dat wanneer aan een van de twee bepalingen voldaan is, men is vrijgesteld van de andere. Dit zou anders neerkomen op een dubbele beveiliging, wat excessief lijkt.
5° Branddetectors. Artikel 4.3§1, d) van het huidig reglement verplicht het plaatsen van rookdetectors aangesloten op een automatische brandmeldingsinstallatie indien de kamerwoning meer dan 15 kamers omvat. Indien een gebouw bijvoorbeeld 20 woonentiteiten omvat waaronder 12 kamers en 8 studio’s is dit dus niet verplicht. Deze kamers zijn bijgevolg aanzienlijk minder beschermd dan kamers in andere kamerwoningen.
Er wordt voorgesteld deze discrepantie ongedaan te maken door de brandmeldingsinstallatie verplicht te stellen zodra de kamerwoning bestaat uit minstens vijftien woonentiteiten, ongeacht of dit kamers zijn of andere woonentiteiten. De term woonentiteiten werd gekozen en gedefinieerd naar analogie met het algemeen bouwreglement van de Stad Gent.
6° Bijkomende maatregelen. In de praktijk wordt ervaren dat sommige kamers strikt gezien weliswaar aan alle eisen van het reglement voldoen maar desalniettemin manifest brandonveilig zijn. Het huidig reglement voorziet in een bevoegdheid van de burgemeester om afwijkingen op het reglement toe te staan in de zin dat men niet dient te voldoen aan de eisen in het reglement indien dit onmogelijk is maar toch een veiligheidsniveau kan verzekerd worden dat gelijk is aan het niveau beoogd door het reglement. Omgekeerd is echter geen mogelijkheid voorzien voor de burgemeester om bijkomende brandveiligheidswaarborgen op te leggen. Er wordt voorgesteld om deze bevoegdheid van de burgemeester, die moet begrepen worden als een karig te gebruiken uitzondering bij manifeste brandonveiligheid, te introduceren.
7° Hernummering. Het wordt in de praktijk als omslachtig ervaren om naar een specifieke regel in het reglement te verwijzen. Dit voornamelijk omdat alle inhoudelijke regels zijn opgenomen in een enkel artikel (artikel 4 van het huidig politiereglement) en binnen dit artikel een uitgediepte onderverdeling wordt gemaakt. Er wordt dan ook voorgesteld om een hernummering door te voeren.
Het politiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van 28 april 2014 en bekrachtigd door de Vlaamse Regering op 23 juli 2014, wordt opgeheven. Het nieuwe politiereglement geldt pas vanaf de goedkeuring door de Vlaamse Regering.
Als een goedgekeurde verordening opgeheven wordt, brengt de gemeente de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.
Heft op het Politiereglement op de kamerwoningen, goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 april 2014 en bekrachtigd door de Vlaamse Regering op 23 juli 2014
Keurt goed het Politiereglement op de kamerwoningen dat in bijlage is gevoegd en dat integraal deel uitmaakt van deze beslissing.
Neemt kennis van het feit dat het nieuwe Politiereglement op de kamerwoningen in werking treedt na goedkeuring door de Vlaamse Regering.