Stukken in het dossier:
De niet-digitale bijlagen liggen voor en na de zitting ter inzage bij de Dienst Bestuursondersteuning en bevinden zich tijdens de zitting in de gemeenteraadszaal.
EUROSTATION vraagt een verkavelingsvergunning aan voor gronden gelegen aan Koningin Fabiolalaan, 9000 Gent, kadastraal bekend 9de afdeling, sectie I, nr. 649S52.
Deze aanvraag werd per beveiligde zending bezorgd op 16 februari 2015. Op 24 februari 2015 is deze aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
Mits het respecteren van een beperkt aantal bijzondere voorwaarden, is de aanvraag in overeenstemming met de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestelijke RUP 'Stationsomgeving Gent Sint-Pieters en Fabiolalaan'.
Het voorwerp van aanvraag betreft het verkavelen van een deel van de zone voor ‘stationsomgeving Gent Sint-Pieters’, met name de zone A in deelgebied 1 - stationsomgeving, gelegen langsheen de Koningin Fabiolalaan. De zone A is de 1e zone, vertrekkende van het Koningin Maria Hendrikaplein richting Snepkaai, waar het GRUP een grootschalige, stedelijke ontwikkeling voor ogen heeft.
De totale oppervlakte van de verkaveling bedraagt 18.695m² en omvat 4 loten voor stedelijk wonen (A2 – A3 – A4 – A5) in de vorm van meergezinswoningen met eventueel kantoren en/of handelsruimten en private buitenruimten rond een openbaar domein met grootstedelijk karakter. Deze kavels zijn gesitueerd bovenop de vergunde en reeds uitgevoerde ondergrondse parking en worden begrensd door het vergunde en grotendeels uitgevoerde omliggende openbaar domein, met name het Koningin Paolaplein (= Entreeplein), de Koningin Fabiolalaan en de Esplanade (zie bouwdossier 2006/175). Deze loten of bouwvelden zijn op vandaag ingezaaid en aldus zichtbaar op het terrein. De site A1, waarop het kantoorgebouw voor de Vlaamse overheid ‘De Link – Virginie Loveling’ is gebouwd, maakt geen deel uit van de verkaveling, net als bouwveld B1 (eveneens bovenop de parking en in eigendom van Eurostation). Beiden betreffen immers kavels die louter bedoeld zijn voor kantoren en het afsplitsen van deze eigendom valt dus niet onder de verkavelingsplicht. De overige gebouwen zijn bedoeld voor woningbouw. De verkoop van deze gronden in functie van woningbouw, valt wel onder de verkavelingsplicht (artikel 4.2.15. §1. VCRO: “Niemand mag zonder voorafgaande verkavelingsvergunning een stuk grond verkavelen voor woningbouw [...]”).
Inhoudelijk is dit verkavelingsplan een juridisch-technische vertaling van de inrichtingsstudie ‘Stedelijke ontwikkeling Fabiolalaan Gent’ zoals goedgekeurd door het College op 12 september 2014. Het verkavelingsconcept is als volgt samen te vatten:
Naar bestemming wordt voornamelijk ingezet op woonfuncties, met in mindere mate ook de mogelijkheid tot kantoren en/of publieke functies. De kantoren komen in die gebouwdelen die minder geschikt zijn voor bewoning, bvb omwille van de toegelaten bouwdiepte.
De verkavelingsvoorschriften zijn een verdere verfijning van het GRUP, gebaseerd op de ontwerpkeuzes gemaakt in het inrichtingsplan van 2014. Rekening houdend met het concept van het GRUP (dat bvb voor de densiteit werkt met een vork, ook voor de invulling van het gelijkvloers is dat het geval) zijn een aantal zaken nog niet definitief vastgelegd. Deze zaken vormen voorwerp van een inrichtingsstudie bij elke toekomstige aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning én laten nog een zekere ontwerpvrijheid toe.
Lot A3 wordt bestemd als een lot voor sociaal wonen. Hoewel hiertoe strikt genomen geen verplichting meer bestaat in het kader van het Decreet Grond- en Pandenbeleid, verbindt de aanvrager er zich toch toe op dit lot sociale woningen te realiseren. Voor de realisatie van deze woningen is een principeakkoord afgesloten met huisvestingsmaatschappij Volkshaard en met Woningent.
Deze verkavelingsaanvraag is tevens een aanvraag voor de aanleg van het openbaar domein. De bovengrond van de parking (Esplanade, Koningin Paolaplein) is reeds vergund en deels uitgevoerd, maar tot op heden niet voorgelegd aan de gemeenteraad in het kader van de zaak van de wegenis. Bovendien zijn doorheen de jaren de inzichten rond de inrichting van dit openbaar domein gewijzigd. Ook worden een aantal delen die vroeger als openbaar domein werden gezien nu omgezet in private buitenruimtes. Het gaat bvb om de trappenhelling ter hoogte van gebouw A2. Deze keuze is ingegeven vanuit de verplichting van het GRUP om ter hoogte van de sokkels minstens 50% publieke functies of wonen te voorzien. De realisatie hiervan is gemakkelijker wanneer een stuk private buitenruimte aan deze functies kan gekoppeld worden, bvb als terras. Om al deze redenen wordt een nieuwe aanvraag gedaan voor het openbaar domein.
De inrichting van het openbaar domein is nog steeds gebaseerd op de basisprincipes van Alain Marguerit, die zijn opgesteld ten tijde van de opmaak van het GRUP. De meest opvallende wijzigingen ten opzichte van het vergunde en reeds gerealiseerde ontwerp zijn de volgende:
Aan het initiële opzet van de verkeersafwikkeling en het parkeren wordt niets gewijzigd. Het blijft de bedoeling om gemotoriseerd verkeer (via R4 / Timichegtunnel en in mindere mate de Koningin Fabiolalaan) te scheiden van fietsers en voetgangers (via Esplanade en Koningin Fabiolalaan). Zowel de Esplanade als het Koningin Paolaplein zijn autovrij. Enkel het seinhuis blijft bereikbaar voor dienstwagens.
De verkavelingsaanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek. Dit openbaar onderzoek is gestart uiterlijk binnen de 10 dagen na de afgifte van volledigheidsbewijs, namelijk op 2 maart 2015. Het openbaar onderzoek is afgesloten op 31 maart 2015.
Tijdens de periode van dit openbaar onderzoek is er 1 petitielijst ingediend.
De bezwaren worden als volgt samengevat:
De bezwaren worden als volgt besproken:
Meer algemeen rond schaduwstudies kan tenslotte vermeld worden dat binnen dergelijke studies een aantal klassieke, maatgevende momenten worden bepaald. Dit zijn doorgaans 21 maart / 21 september en 21 juni. De tussenliggende maanden (niet enkel de vermelde maanden in het bezwaarschrift maar ook de maanden april, mei, juli en augustus) worden zelden onderzocht omdat met de periode 21 maart / 21 september en 21 juni de meest relevante impact wordt weergegeven. In ons land zijn geen wettelijke normen voor bezonning van woningen van toepassing. Om die reden wordt gekeken naar normering in de ons omliggende landen en ook ruimer. Het gaat daarbij om normering in verschillende Europese en niet-Europese landen met gelijkaardige zonnestand. Groot-Brittannië en ook de meer Noord-Europese landen hebben wel bezonningsnormen voor woningen in hun wetgeving opgenomen. In Nederland zijn door TNO (een onafhankelijke onderzoeksorganisatie voor bedrijven en overheid uit Nederland) normen voor bezonning voorgesteld, die afgeleid zijn van de Engelse wetgeving. Er is een ‘lichte’ TNO-norm en een ‘strenge’ TNO-norm. De lichte norm vereist minimaal 2 uur zon per dag (niet aaneensluitend vereist) gedurende de periode 19 februari tem 21 oktober. De strenge norm vereist 3h zon per dag (niet aansluitend vereist) in de periode 21 januari tot en met 22 november. Geen van beide normen neemt de periode december als maatgevend voor de bepaling van de bezonning en beschaduwing van gebouwen. Desondanks is een – weliswaar weinig relevante – bezonningsstudie voor de maand december aan het dossier gevoegd.
In het bezwaar wordt bovendien gesteld dat binnen de voorschriften enkel rekening moet gehouden worden met de bezonning en lichtinval binnen het eigen project en niet voor de woningen in de Koningin Fabiolalaan. Hierbij wordt verwezen naar artikel 2.3, dat tot doel heeft om aan te geven dat met de verkaveling een maximale bouwenveloppe wordt vastgelegd, maar dat in functie van de woonkwaliteit ingrepen zullen nodig zijn. Het kan dan gaan om het beperken van de bouwdiepte, het inbrengen van een patio, … Dit voorschrift geldt inderdaad niet ten opzichte van de bestaande woningen in de Koningin Fabiolalaan. De lichtinval van die laatste woningen wordt echter gegarandeerd door artikel 2.4 over de bouwhoogte.
De bezwaarschrijvers schatten in dat het volume tot 20% groter kan worden dan de opgelegde BVO vermeldt. De BVO heeft in essentie tot doel om het programma te gaan bepalen. De toegelaten volumes worden bepaald door bouwbreedte, bouwhoogte en bouwdiepte. Die worden allen vastgelegd binnen de verkaveling. De toekomstige gebouwen moeten binnen de opgelegde bouwbreedte, -diepte en –hoogte worden vormgegeven. Met betrekking tot de densiteit (binnen dit GRUP uitgedrukt in BVO) wordt binnen de voorschriften – via bijzondere voorwaarden – een minimum (45.000m²) en een maximum (53.162m²) opgelegd.
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar heeft op 20 mei deze aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd. Het stedenbouwkundig verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar is aan het dossier toegevoegd.
In uitvoering van art. 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Het voorstel van wegenis kan voorwaardelijk gunstig beoordeeld worden om volgende redenen:
Met betrekking tot de begrenzing:
De begrenzing van het openbaar domein is iets gewijzigd ten voordele van private buitenruimte. Hiertegen is geen bezwaar. De gewijzigde zones situeren zich enerzijds ten zuiden van gebouw A2 (de luie trappen) en anderzijds rondom gebouw A3 en A5. De privatisering van een deel van de zone ten zuiden van A2 is ingegeven vanuit het toekomstige gebruik. Deze ruimte bevindt zich in aansluiting op de horeca- en handelszaken die er kunnen komen en kan aldus ingericht worden met terrassen. Hiertegen is geen enkel bezwaar, integendeel. Dergelijke terrassen kunnen de levendigheid van het openbaar domein verhogen. Ook de ruimte rondom A5 wordt deels als zone voor private buitenruimte afgebakend. Aan de noordzijde is deze keuze ingegeven vanuit de mogelijkheid om een (semi-)privaat voorplein voor het gebouw in te richten, met onder andere semi-private fietsenstallingen. De achterzijde van het gebouw hoeft geen openbaar domein te worden aangezien het geen functies of gebouwen ontsluit. Ook de zones tussen A3 en A5 en tussen A3 en het seinhuis kunnen privaat worden aangezien deze weg enkel lokale ontsluitingsfuncties heeft (laden en lossen) en geen duidelijk openbaar karakter.
Met betrekking tot het ontwerp:
Het wegenisplan, met als voornaamste ingrepen een vergroening van de Esplanade en een groener ontwerp voor het Koningin Paolaplein, kan globaal positief beoordeeld worden. Er zijn echter nog een aantal fundamentele opmerkingen en voorwaarden, die via bijzondere voorwaarden worden opgelegd en waarbij een wijziging en/of verdere detaillering in het technisch dossier wordt verwacht. Een aantal zaken zijn onduidelijk op de plannen en moeten in het kader van het technisch dossier verduidelijkt en/of gecorrigeerd worden:
- Het is op de plannen niet duidelijk wat al aanwezig is en wat nieuw is. Ook zijn er zones die vandaag reeds definitief aangelegd zijn maar die in de nieuwe toestand een andere materialisatie krijgen zoals bv de Koningin Fabiolalaan ter hoogte van het Koningin Paolaplein. Het kan niet de bedoeling zijn om deze kostbare granietverharding nu te wijzigen. Verder zijn de plannen onduidelijk aangezien niet alle elementen en materialen voorkomen in de legende.
- Het is onduidelijk welke fasering zal aangehouden worden bij de uitvoering van de werken. Er kan niet toegestaan worden dat er werfverkeer toegelaten wordt over zones die reeds in graniet gematerialiseerd zijn.
Los van de onduidelijkheden zijn er tal van opmerkingen over het plaatsen van kolken, materialisatie, blindengeleiding, nutsleidingen, plantvakken, …. Ook in het (gunstige) advies van de brandweer zijn een aantal opmerkingen geformuleerd die moeten verwerkt worden in het technisch dossier. Onder andere op basis van dit brandweeradvies, en naar aanleiding van bezwaren inzake onderhoud moet de ‘stedelijke tafel’ in omvang gereduceerd worden, minstens 80cm naar de westzijde verschoven worden én ontworpen worden met speciale aandacht voor een onderhoudsvriendelijke aanleg.
Het algemeen bouwreglement van de Stad Gent omvat geen reglementering inzake het opleggen van lasten bij verkavelingsvergunningen. Op basis van bovenstaande beoordeling is het redelijk en proportioneel te verantwoorden om in deze verkavelingsaanvraag lasten op te leggen aan de houder van de vergunning.
Het voorstel van wegenis moet aangepast worden op tal van punten. Het gaat om aanpassingen die door het vergunningverlenende bestuursorgaan als voorwaarde kunnen opgelegd worden aan de verkavelaar in het kader van de beslissing over deze verkavelingsaanvraag en die verder uitgewerkt kunnen worden in het kader van het technisch dossier.
keurt de zaak van de wegen, zoals ontworpen op het verkavelingsplan en de bijhorende wegenisplannen, voor gronden gelegen aan Koningin Fabiolalaan, 9000 Gent, kadastraal bekend 9de afdeling, sectie I, nr. 649S52, goed mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
12. RVS noppen zijn onvoldoende om de toegang van auto’s te verbieden. Hiervoor dienen gietijzeren anti-parkeerpaaltjes, op sommige plaatsen verwijderbaar ifv de brandweer, voorzien te worden. Het is tevens onduidelijk hoe de nieuwe pleinruimtes langsheen de Koningin Fabiolalaan en ter hoogte van de Timichegtunnel afgeschermd worden voor ongewenst gemotoriseerd verkeer. Op alle scheidingslijnen tussen rijweg en plein moet een fysieke afscheiding komen.
13. Gezien in dit segment van de aanleg geen significante helling aanwezig is in het terrein biedt de inoxen watergoot (met stilstaand water) geen directe meerwaarde. Het is tevens niet duidelijk hoe die gevoed wordt. Er is geen relatie met de naastliggende regenwatergoten, bijgevolg wensen we dit element uit de plannen te schrappen.
14. Op de grens tussen het privaat domein en het openbaar domein moet een doorlopende verzonken boordsteen geplaatst worden zodat duidelijk is wie welke zone dient te onderhouden.
15. De stedelijke tafelis in tegenstelling tot het advies van de werkgroep IKZ heraanleg wegen niet gereduceerd. Onder andere op basis van het brandweeradvies, en naar aanleiding van bezwaren inzake onderhoud moet de ‘stedelijke tafel’ in omvang gereduceerd worden, minstens 80cm naar de westzijde verschoven worden én ontworpen worden met speciale aandacht voor een onderhoudsvriendelijke aanleg.
16. Voor alle rioleringen moet de BOK aangeduid worden op alle dwarsprofielen
17. Alle types boordstenen moeten aangeduid worden op zowel de grondplannen als de dwarsdoorsnedes.
18. Onder de plantvakken van de bomen mogen geen nutsleidingen of rioleringen voorkomen.
19. De blijvende verankering voor de bomen op het balkon voor de bouwblokken A3 en A5 moet eenvoudig aanpasbaar zijn in diameter zodat we dit kunnen regelen naarmate de boom groeit.
20. Een dubbele verankering van de bomen is niet nodig. Enkel de ondergrondse verankering zou normaal moeten volstaan. De bovengrondse verankering zal op termijn toch moeten verdwijnen anders groeit ze in de stam. Voor de Gledtisia en de Pyrus is minimaal 20 m³ meter ondergronds doorwortelbaar volume nodig, voor de Parottia is minstens 10 m³ ondergronds doorwortelbaar volume om een aanvaardbare groei te kunnen realiseren. Dit volume kan gerealiseerd worden door gebruik te maken van bomengranulaat onder de verharding.
21. Inzake onkruidbeheersing:
22. Inzake verlichting:
Al deze bijzondere voorwaarden moeten verwerkt worden in het technisch dossier. Bijkomend moeten volgende zaken verduidelijkt en/of uitgeklaard worden:
legt aan de houder(s) van de verkavelingsvergunning, bij afgifte van de verkavelingsvergunning, de hiernavolgende lasten op:
LAST 1 – Aanleg wegenis en riolering
De houder van de vergunning is verplicht om de openbare wegenis met inbegrip van de riolering, zoals aangegeven op het verkavelingsplan aan te leggen op eigen kosten.
De verkavelingsvergunning geldt als stedenbouwkundige vergunning voor de weg. Er moet een technisch dossier worden ingediend bij de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen van de Stad Gent en bij FARYS aangepast aan voornoemde voorwaarden. Op dit technisch dossier kunnen de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en FARYS bijkomende technische opmerkingen voor aanpassing formuleren. Het is daarom aangewezen dat de verkavelaar voor het indienen van zijn technisch dossier een overleg aanvraagt met de dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen en met FARYS.
Het definitieve technische dossier moet (aangepast aan de bijzondere voorwaarden en eventuele wijzigingen ingevolge bijkomende technische opmerkingen) bestaan uit een grondplan van alle riolerings- en wegenwerken (schaal 1/250) met bijhorende lengteprofielen, dwarsprofielen, typedwarsprofielen en details van de kunstwerken. Het technisch ontwerp moet, samen met het bestek en de gedetailleerde raming in drievoud overgemaakt worden aan de de dienst Wegen, Bruggen & Waterlopen, Woodrow Wilsonplein 1 te 9000 Gent, telefoon 09 26 79 00, fax 09 266 79 39.
Het technisch ontwerp dient als basis voor de aanbesteding of onderhandse overeenkomst. De aanduiding van de aannemer moet aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen ter goedkeuring voorgelegd worden. Een kopie van de inschrijving, het bestek en de plannen moeten door de houder van de verkavelingsvergunning, in dubbel exemplaar, overgemaakt worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen.
De aanvangsdatum van de werken moet minimum 14 kalenderdagen vooraf aan de Stad worden meegedeeld. De houder van de verkavelingsvergunning belegt vooraf een coördinatievergadering met de ontwerper, de aannemer en het stadsbestuur (Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen).
De uitvoering van de proeven, voorzien in het bestek, kunnen door het stadsbestuur geëist worden. In ieder geval zal de uitslag van de genomen proeven aan de Stad medegedeeld worden.
De houder van de verkavelingsvergunning moet, op zijn kosten, instaan voor het leveren en plaatsen van de nodige verkeersborden en het aanbrengen van de nodige wegmarkeringen, in de verkaveling en aan de bestaande, aanpalende weg, volgens de aanduidingen van het Departement Politie – Bureau Verkeerstechniek, Sint-Michielsplein 9 te 9000 Gent, telefoon (09)266 28 00. De houder van de verkavelingsvergunning moet daartoe drie exemplaren van een plan met aanduiding en inplanting van de aan te brengen verkeerssignalisatie voor nazicht en goedkeuring voor te leggen aan het Bureau Verkeerstechniek.
Algemene regel inzake uitvoering van de wegenwerken: De wegenwerken worden in principe in één geheel uitgevoerd en volledig afgewerkt, waarna de afgewerkte weg (voorlopig en definitief) opgeleverd kan worden in aanwezigheid van de stad Gent i.f.v. latere kosteloze afstand aan de stad Gent.(zie verder)
Uitzonderlijk kan van deze algemene regel afgeweken worden: Indien de houder van de verkavelingsvergunning om uitzonderlijke redenen (bijv. omdat de weg schade kan lijden tengevolge van de werken aan de nieuwbouw langsheen de weg) genoodzaakt is om de wegbedding (m.i.v. de voetpaden) - tijdelijk - niet volledig af te werken, kan aan de stad Gent gevraagd worden om een “attest van voldoende uitgeruste weg” af te leveren op basis waarvan vergunningverlenende overheden de mogelijkheid krijgen om stedenbouwkundige vergunningen af te leveren voor nieuwbouw langsheen de nieuwe weg.
Het is de verantwoordelijkheid van de houder van de verkavelingsvergunning om desgevallend op eigen kosten bijkomende maatregelen i.f.v. de veilige openstelling van de nieuwe weg als openbare weg te voorzien.
Het attest moet door de houder van de verkavelingsvergunning aangevraagd worden ten behoeve van toekomstige aanvragers van stedenbouwkundige vergunningen.
Het attest kan maar afgeleverd worden in de mate dat door de houder van de verkavelingsvergunning aangetoond wordt dat de niet volledig afgewerkte weg beantwoordt aan de minimumvereisten van een voldoende uitgeruste weg vermeld in artikel 4.3.5 §2 Vlaamse Codex RO én in de mate dat de weg voldoende veilig is ingericht én onderhouden wordt om opengesteld te kunnen worden voor het publiek.
Dit attest staat los van de procedure tot voorlopige en definitieve oplevering van de weg (zie verder), en heeft evenmin een weerslag op de dwingende termijnen binnen de welke de wegenwerken beëindigd moeten zijn in het geval een waarborg wordt gesteld (zie verder).
LAST 2 – Aanleg van nutsvoorzieningen
De houder van de vergunning staat – op eigen kosten – in voor het (laten) aanleggen van nieuwe en/of het (laten) aanpassen van bestaande nutsvoorzieningen naar en in de verkaveling.
Ongeacht de verplichting tot aanpassing van bestaande nutsvoorzieningen, moeten de volgende nutsvoorzieningen minimaal aangelegd worden:
De houder van de verkavelingsvergunning moet hiervoor zelf de nutsmaatschappijen contacteren.
In eerdere fasen van dit project zijn reeds een groot deel nutsleidingen aangelegd voor deze verkaveling. De verkavelaar/ontwikkelaar dient voor iedere nieuwe aansluiting contact op te nemen met Eandis om de netsituatie te evalueren en eventuele aanpassingen te kunnen opstarten. Dit kan rechtstreeks via Bart Van Wulpen, bart.vanwulpen@eandis.be, 09/263.79.33.
De kosten voor het verplaatsen van nutsvoorzieningen die een hinder vormen hetzij voor de inplanting van een vergund bouwwerk op een lot van de verkaveling, hetzij voor de toegankelijkheid tot een lot van de verkaveling, zijn ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning.
LAST 3 - Attest verkoop percelen en waarborgen
Volgens art 4.2.16 §1 en §2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden. De verkavelingsakte is evenwel niet vereist voor de overdracht en de indeplaatsstelling, vermeld in artikel 4.1.21 en 4.1.22 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, in zoverre alle geldende voorwaarden daartoe zijn vervuld.
De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Dit attest kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Indien een financiële waarborg wordt verleend voor de aanleg van de weg en de riolering, dan gelden volgende dwingende termijnen voor het uitvoeren en afwerken van de werken:
Indien geen financiële waarborg wordt verleend en geen “attest verkoop percelen” is afgeleverd, geldt geen dwingende termijn voor uitvoering van deze lasten. Enkel de vervaltermijnen voorzien in artikel 4.6.4. §2 Vlaamse Codex RO gelden dan.
Bedragen en vrijgave van de borg(en)
Als waarborgen worden gesteld voor de aanleg van nutsleidingen, is het bedrag van de waarborg gelijk aan het verschil van de door de nutsmaatschappijen geraamde kostprijs en het aan de nutsmaatschappijen betaalde voorschot.
De waarborgen voor de aanleg van nutsleidingen worden volledig vrijgegeven na bevestiging door de distributiemaatschappijen van de betaling van het saldo van de geraamde kostprijs.
Als waarborgen worden gesteld voor in de vergunning opgelegde lasten met betrekking tot de wegen- en rioleringswerken en de aanleg en het onderhoud van de groenzones, dan is het bedrag van de waarborg gelijk aan het bedrag van de vermoedelijke kostprijs van de werken (of van het gedeelte van de werken die nog uitgevoerd moeten worden), zoals die blijkt uit een raming of een prijsofferte, welke ter goedkeuring is voorgelegd aan de Stad Gent, en verhoogd met 25% wat betreft wegen- en rioleringswerken en 10% wat betreft de openbare groenvoorziening.
De waarborg voor de wegen- en rioleringswerken wordt vrijgegeven na schriftelijk akkoord van het college van burgemeester en schepenen, op volgende wijze: 85 % van de waarborg wordt vrijgegeven na de voorlopige oplevering en 15% van de waarborg wordt vrijgegeven na de definitieve oplevering.
De waarborg voor de aanleg en het onderhoud van de groenzones wordt in helften vrijgegeven, de ene helft na de voorlopige oplevering van de groenaanleg en de andere helft na de definitieve oplevering van de onderhoudsperiode van 3 jaar, na schriftelijk akkoord van het college van burgemeester en schepenen.
De financiële instellingen die zich borg stellen voor de houder van de verkavelingsvergunning moeten verplicht gebruik maken van een model van borgakte. Dit model van borgakte wordt gevoegd bij de betekening van de verkavelingsvergunning aan de aanvrager en kan ook opgevraagd worden bij de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, Afdeling Stedenbouwkundige Vergunningen, Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel 09 266 78 90.
LAST 4 – Kosteloze grondafstand
De weg (met zijn uitrusting en riolering), inclusief het hierin opgenomen straat- en pleingroen, zal uiterlijk één jaar na de definitieve oplevering van de laatst uitgevoerde uitrustingswerken kosteloos aan de stad worden afgestaan.
De akte van overdracht wordt verleden voor een notaris die door de houder van de verkavelingsvergunning wordt aangeduid. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, …) zijn ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning. Een attest van kosteloze grondafstand is bij het dossier gevoegd.
Alvorens de akte kan worden verleden, moeten 1 exemplaar van het opmetingsplan, een digitale versie van het opmetingsplan en het ontwerp van de akte worden voorgelegd aan de Dienst Vastgoedbeheer (Sint-Salvatorstraat 16 te 9000 Gent, telefoon 09 266 59 61, fax 09 266 59 99) voor nazicht en goedkeuring door de gemeenteraad.
LAST 5 – maatregelen ter voorkoming van windhinder
De aanvrager is belast met de realisatie van de noodzakelijke maatregelen om de windhinder op de omgeving te beperken, zowel ter hoogte van de gebouwen als op openbaar domein. De concrete uitwerking, materialisatie en positionering dient in overleg met de stad Gent te gebeuren als het om (toekomstig) openbaar domein gaat en moet deel uitmaken van het technisch dossier (zie last 1).