In mei bond de kinderrechtencommissaris de kat de bel aan. Zijn analyse was dat Vlaamse scholen te snel leerlingen definitief uitsluiten en het sanctiebeleid van de scholen beter kan. Over het beleid van sancties, schorsingen en de focus op herstelgerichte aanpak, maar ook betrokkenheid van ouders valt uiteraard heel wat te zeggen.
Hoe gaan de stedelijke scholen en stibo's hiermee aan de slag?
Het dossier ‘Straffe school. De grenzen van sanctioneren verkend’ is inderdaad een dankbaar en bruikbaar instrument voor scholen en inrichtende machten om hun sanctiebeleid kritisch te bekijken.
Het bevat 3 delen. Het eerste deel gaat over sanctiebeleid als zorgbeleid en biedt scholen kapstokken aan hoe een participatief en integer sanctiebeleid er kan uitzien. De methodiek van HERGO (herstel gericht groeps overleg) neemt hier een prominente plaats in.
Deel 2 en 3 gaan over maatregelen die een school kan nemen als een leerling de leefregels schendt. Deze delen zoomen dus in op het wettelijk kader van orde tot tuchtmaatregelen en behandelen daarbij knel- en aandachtspunten waaronder het proportionaliteitsbeginsel (geen zware straf voor iets kleins).
Er bestaat ook een versie voor de leerlingen waar hun rechten en plichten in worden samengevat.
Ik bekijk samen met het hoofd van het IVA hoe we deze publicatie ook aan de leerlingen kunnen bezorgen.
De publicatie heeft er in ieder geval voor gezorgd dat het sanctiebeleid weer hoog op de beleidsagenda is komen te staan.
Gelukkig moeten we in Gent niet van een blanco blad beginnen.
Scholen van het stedelijke secundair onderwijs werken al enkele jaren samen met On@break² .
Zij organiseren ondersteuningstrajecten voor scholen in het secundair onderwijs via:
Ze helpen scholen om een participatief en dus een gedragen sanctiebeleid op te zetten. Daarnaast bieden zij hulp via korte en lange time outs net om te voorkomen dat men te snel naar de definitieve uitsluiting grijpt.
Als het dan toch zo ver komt dat er definitief moet uitgesloten worden, dan is er door het IVA een draaiboek opgesteld en zijn er procedures afgesproken die moeten voorkomen dat dergelijke beslissingen vanuit de buik worden genomen en om te vrijwaren dat alle stappen waaronder -het horen van de leerling en zijn ouders wel gevolgd zijn.
De vaststelling van de kinderrechtencommissaris dat scholen te vroeg definitief uitsluiten proberen we netoverschrijdend in het LOP/SO al enkele jaren te ondervangen met een aantal gezamenlijk gemaakte afspraken en engagementen:
- Zo is er de oprichting van de Focusgroep Uitsluitingen met vertegenwoordigers van alle netten en andere onderwijsbetrokkenen (sinds 2011)
- Daaruit voorkomend een Deontologische code (vanaf het schooljaar 11-12)
Dit resulteerde in meer sociale controle bij scholen onderling:
-scholen wijzen andere scholen op de Code.
Het LOP meldt dan ook dat er meer en beter wordt nagedacht over uitsluiting (zijn de reden zwaarwichtig genoeg, is er een individueel tuchtdossier, zijn er alternatieven, welke gevolgen, tijdstip van uitsluiting…)
In ieder geval wordt elke definitieve uitsluiting gemeld aan het LOP en treedt er een bemiddelingscommissie in werking wanneer de uitgesloten leerling geen school dreigt te vinden.
Het LOP faciliteert bovendien de weg naar de Commissie Leerlingenrechten ingeval van niet-inschrijving zonder weigeringsgrond
In de deontologische code staat dat er eerst een traject moet worden gezocht voordat men over gaat tot definitieve uitsluiting en dat na de paasvakantie alleen uitsluiting mogelijk voor zijn voor MOF
Binnen het IVA wordt deze code gevolgd.
Voor het SO is het vrij duidelijk dat er een gans parcours moet gevolgd worden vooraleer een definitieve schorsing kan en mag uitgesproken worden.
Alle scholen zetten ook in op herstelgerichte gesprekken, teams worden gestimuleerd om vorming te volgen. De leerlingbegeleiders worden als groep vanuit de pedagogische begeleidingsdienst en OVSG begeleid
vr 23/10/2015 - 15:40