Bij de heraanleg van wegen in onze stad worden systematisch parkeerplaatsen geschrapt. Buurtbewoners worden verwezen naar buurtparkings, maar die liggen vaak op enige afstand. Voor wie minder mobiel is of met jonge kinderen op weg is, is het wandelen van die afstand verre van vanzelfsprekend. Bovendien volstaan die plaatsen vaak niet om het aantal weggenomen plaatsen te compenseren.
In een aantal winkelstraten komt daar nog bij dat het stadsbestuur er ‘stop&shop’-plaatsen wil inrichten om een grotere rotatie te bekomen. Op die plaatsen zijn bewonerskaarten overdag niet geldig.
Dat alles maakt het voor buurtbewoners in bepaalde wijken bijzonder moeilijk om op een aanvaardbare afstand van hun woning een parkeerplaats te vinden. Dat draagt er zonder twijfel toe bij dat bepaalde groepen van mensen, en in het bijzonder de jonge gezinnen, ervoor opteren om elders te gaan wonen waar ze wel hun wagen kwijt kunnen.
Uiteraard is het een moeilijke oefening om te zoeken naar voldoende parkeergelegenheid voor iedereen: werknemers, klanten, bezoekers, bewoners … Vandaar dat een grondige analyse van de plaatselijke noden én gedegen overleg met de buurt noodzakelijk is. En in het bijzonder op dat laatste vlak schiet het huidige beleid tekort.
Bovendien druist het schrappen van openbare parkeerplaatsen in tegen het ‘stand still’-principe dat dit stadsbestuur zegt te hanteren.
De gemeenteraad, op voorstel van de CD&V-fractie, vraagt het college van burgemeester en schepenen om het ‘stand still’-principe inzake het openbare parkeeraanbod te respecteren.
De gemeenteraad, op voorstel van de CD&V-fractie, vraagt het college van burgemeester en schepenen om bij ingrepen die leiden tot een wijziging van het aantal parkeerplaatsen in een straat in overleg te gaan met de buurt (bewoners, handelaars, werknemers …) om samen tot haalbare oplossingen te komen voor de parkeernoden.