Op heel wat plaatsen in onze stad worden parkeerplaatsen voorzien die voorbehouden zijn aan mensen die houder zijn van een speciale parkeerkaart voor personen met een handicap. Onder bepaalde voorwaarden kan zo'n voorbehouden parkeerplaats ook aangevraagd worden in de nabijheid van de eigen woning of werkplaats.
De ministeriële omzendbrief betreffende het voorbehouden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap van 3 april 2001 (geactualiseerd via de ministeriële omzendbrief van 25 april 2003) stelt de voorwaarden vast: de werk- of woonplaats beschikt niet over een garage of privé-parking die een vlotte toegankelijkheid waarborgt; de aanvrager bezit een voertuig of wordt vervoerd door iemand die bij hem inwoont; het bezit van de speciale parkeerkaart voor personen met een handicap is vereist.
De ministeriële omzendbrief voegt hier nog aan toe dat het niet mogelijk is om voorbehouden plaatsen in te richten waar parkeren verboden is of wanneer de verkeersveiligheid in het gedrag zou komen, alsook dat dergelijke plaatsen nooit geïndividualiseerd mogen zijn. Ook wordt bepaalde dat deze maatregelen het voorwerp moeten uitmaken van een aanvullend verkeersreglement dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
Op de website van het Mobiliteitsbedrijf worden bovenop de voorwaarden uit de ministeriële omzendbrief ook nog bijkomende voorwaarden gesteld voor het bekomen van een voorbehouden parkeerplaats: zichtbaar ernstige loopmoeilijkheden ondervinden, plus een invaliditeit van minstens 66% / 9 punten hebben, gestaafd door een medisch attest uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, Directie-Generaal Personen met een handicap.
Deze voorwaarden zouden zijn "vastgelegd in de commissiezitting voor politie, brandweer en verkeer – dd. 17 april 1990 (aanpassing 13 november 1996)." (zie https://mobiliteit.stad.gent/signalisatie). In het aanvraagformulier zelf (beschikbaar op vermelde website) wordt dan ook nog gevraagd naar een omschrijving van letsels aan de onderste ledematen en naar de "aard en percentage van de beperking".
De stukken (agenda en verslag) van de commissie van 13 november 1996 vermelden echter geen enkel punt dat betrekking heeft op de voorbehouden parkeerplaatsen. De stukken van de commissie van 17 april 1990 blijken vooralsnog onvindbaar: noch de dienst bestuursondersteuning, noch het stadsarchief zouden over deze documenten beschikken.
De juridische basis voor de door het Mobiliteitsbedrijf gestelde (bijkomende) voorwaarden is aldus onduidelijk. Maar ook op inhoudelijk vlak is de huidige aanpak vatbaar voor kritiek. Om een speciale parkeerkaart te bekomen moet een persoon met een handicap sowieso aan strikte voorwaarden voldoen: de belangrijkste zijn een blijvende invaliditeit van 50% (aan de benen) of van 80% (andere invaliditeit), of een verminderde zelfredzaamheid of mobiliteit (minstens 12 punten qua zelfredzaamheid of minstens 2 punten qua mobiliteit).
Daarom, op voorstel van de N-VA-fractie,
De gemeenteraad draagt het college van burgemeester en schepenen op om de voorwaarden die het Mobiliteitsbedrijft stelt bovenop de voorwaarden vastgelegd in de ministeriële omzendbrief betreffende het voorbehouden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap van 3 april 2001, onmiddellijk te schrappen, zowel op de website van het Mobiliteitsbedrijf als in het aanvraagformulier; dit in afwachting van een aanvullend verkeersreglement vastgesteld door de gemeenteraad dat het aanvragen van voorbehouden parkeerplaatsen regelt conform de bepalingen van de omzendbrief.