Terug
Gepubliceerd op 06/07/2021

2015_MC_00371 - Lokale diensteneconomie en de lokale regierol. - Guy Reynebeau

Commissie Welzijn, Werk en Milieu
di 20/10/2015 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 20/10/2015 - 21:04
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Greet Riebbels, Voorzitter; Jef Van Pee, Ondervoorzitter; Gabi De Boever; Guy Reynebeau; Ilknur Cengiz; Sami Souguir; Zeneb Bensafia; Steven Vromman; Bram Van Braeckevelt; Sven Taeldeman; Sara Matthieu; Camille Daman; Mehmet Sadik Karanfil; Astrid De Bruycker; Bruno Matthys; Karlijn Deene; Mieke Bouve; Ömer Faruk Demircioglu; Robin De Wulf; André Rubbens, secretaris

Afwezig

Elke Sleurs; Siegfried Bracke; Johan Deckmyn; Wis Versyp; Dirk Holemans; Caroline Van Peteghem; Karin Temmerman; Paul Goossens; Geert Versnick; Stephanie D'Hose; Sandra Van Renterghem

Voorzitter

Jef Van Pee, Ondervoorzitter
2015_MC_00371 - Lokale diensteneconomie en de lokale regierol. - Guy Reynebeau 2015_MC_00371 - Lokale diensteneconomie en de lokale regierol. - Guy Reynebeau

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Op 1 april 2015 trad het nieuwe decreet ‘Lokale Diensteneconomie’ in voege, waarvan de contouren nog werden uitgetekend door de vorige minister van sociale economie, Freya Van Den Bossche. De nieuwe regels houden in dat de lokale overheid de regierol krijgt toebedeeld inzake de diensten, die met inzet van LDE-werknemers worden geleverd op haar grondgebied. Bovendien verandert de toeleiding naar de Lokale Diensteneconomie fundamenteel: waar vroeger werd toegeleid op basis van werkloosheidsduur en opleidingsprofiel, zal nu de individuele afstand tot de arbeidsmarkt doorslaggevend zijn. Die zogenaamde ‘indicering’ wordt de verantwoordelijkheid van de VDAB. Derde grote wijziging is dat elk initiatief in het kader van de Lokale Diensteneconomie voortaan minstens 5 VTE moet tewerkstellen. Ik kan me voorstellen dat die uitbreiding tot 5 VTE voor nogal wat kleinere initiatieven niet zomaar evident is. Ten vierde en tot slot beperkt het nieuwe decreet de tewerkstellingsduur tot 5 jaar. Om de doorstroomkansen van de werknemers zo groot mogelijk te maken, voorziet het nieuwe decreet in doorstroombegeleiding. Volgende vragen in dit verband:

Indiener(s)

Guy Reynebeau

Gericht aan

Rudy Coddens

Tijdstip van indienen

wo 07/10/2015 - 15:45

Toelichting

  • Hoe vertaalt de Stad, als regisseur Lokale Diensteneconomie, deze maatregelen naar de Gentse context?
  • Hoe verloopt de toeleiding vanuit de VDAB?
  • Komt er een Vlaams groeipad, om de initiatieven toe te laten door te groeien naar 5 VTE? Komt er, ruimer, een Vlaams groeipad om nieuwe initiatieven in het kader van de lokale diensteneconomie op te starten?
  • Hoe staat de schepen tegenover de doorstroomvisie, en hoe maakt hij die visie in Gent concreet?

Bespreking

Antwoord

 

Als regisseur lokale diensteneconomie hebben we vorig jaar al, in 2014, de nieuwe maatregelen voorbereid, die officieel in voege traden op 1 april 2015.

Waar mogelijk hebben we de beschikbare banen geconcentreerd, zodat zoveel mogelijk initiatieven van bij de start voldoen aan de 5 VTE-vereiste.

Concreet hebben we de 1,7 VTE van het Wijkresto Nieuw Gent (dat midden 2014 de activiteiten stopzette) verschoven naar een ander sociaal resto: Oud Postje, dat daarmee groeide van 3,4 naar 5 VTE.

Voorts hebben we de 2 banen die bij Rocsa vzw waren ingebed verschoven naar Samenlevingsopbouw. Rocsa wou immers stoppen als promotor LDE, terwijl Samenlevingsopbouw een nieuw project ‘buurtbeheer’ wou opstarten.

Daarmee komt Samenlevingsopbouw op 3 VTE. Groei naar 5 is voor de organisatie echter nog niet evident.

Naast deze concentratie hebben we ook gezorgd voor een beperkte uitbreiding van het aantal LDE-banen in regie (met ca. 8 VTE). Dit kon, omdat de vorige Vlaamse regering in extremis nog een groeipad had voorzien.

Zo voorzagen we een aantal banen bij vzw Jong, in het kader van het project Buurtsportmedewerker in Opleiding (BOP). De verlenging hiervan staat overigens geagendeerd op de gemeenteraadsagenda van volgende week.

Ook bij Toreke en Max Mobiel voorzagen we extra banen.

In totaal komen we daarmee op 113 LDE-banen in Gent. 74 daarvan zijn ingebed in de stadorganisatie (op termijn het Dienstenbedrijf), 39 zijn banen in regie, ingebed dus bij allerlei externe vzw’s.

Het gaat om banen waar zogenaamde ‘diensten van algemeen economisch belang’ tegenover staan. Diensten dus, die niet of slechts moeizaam door de commerciële sector opgenomen worden of kunnen worden.

Uiteraard blijven we die banen mee financieren volgens het zogenaamde klaverbladprincipe. Samen dus met de Vlaamse overheid.

En net daar knelt de schoen. Want waar de vorige Vlaamse regering nog investeerde in een groeipad voor de sociale economie, inclusief dus de lokale diensteneconomie, heeft de huidige regering hier nog geen extra middelen voor uitgetrokken.

Dit zorgt ervoor dat we als lokale overheid dan wel ‘regisseur’ zijn, maar dat we vooralsnog niet de middelen krijgen om die lokale diensteneconomie verder te laten groeien. Nochtans is er nood aan die groei.

Enerzijds vanuit werkzoekendenperspectief. Vergeten we immers niet dat er nog steeds ongeveer 15.700 werkzoekenden zijn in onze stad. Velen van hen kunnen niet zomaar in de reguliere economie terecht, en hebben dus nood aan een slagkrachtig alternatief via de sociale economie.

Anderzijds vanuit dienstenperspectief. Ik denk daarbij aan diverse uitdagingen in het kader van het armoedebeleid, als de herverdeling van voedseloverschotten, en nieuwe vormen van socio-economische participatie.

Daarom ben ik begin deze maand in overleg gegaan met de Vlaamse administratie sociale economie. Dit contact verliep via het kabinet van bevoegd minister Homans, maar in extremis liet de minister zich alsnog verontschuldigen.

De Vlaamse administratie kan nog geen groeipad vooropstellen. Echter is men wel bereid verder met ons in dialoog te gaan om de noden en opportuniteiten in kaart te brengen.

De deur staat dus op een kier. Dat blijkt ook uit informele contacten die ik sindsdien met het kabinet Homans heb gehad.

Tegelijk hebben ze geluisterd naar ons signaal, dat ons van allerlei maatwerkbedrijven en LDE-initiatieven bereikt: dat de toeleiding van werknemers via VDAB allerminst vlot verloopt.

Er is ons verzekerd dat men deze ‘kinderziekten’, zoals men ze noemt, zal wegwerken. Ik volg dit op, samen met de bedrijven zelf, via het Bedrijvenoverleg Sociale Economie.

Tot slot heb ik van dit overleg gebruik gemaakt om de Gentse benadering van de doorstroomvisie onder het voetlicht te brengen.

Zoals u weet werken wij aan een Loopbaancentrum Sociale Economie, dat tot doel heeft de krachten en expertise van alle doorstroom begeleidende organisaties te bundelen.

We willen werknemers in de sociale economie dus goed ondersteunen tijdens hun tewerkstelling in de sociale economie, en een traject uitzetten naar de best haalbare tewerkstelling, eventueel in de reguliere economie.

Dit Loopbaancentrum moet een goede praktijk worden, die ook voor de rest van Vlaanderen relevant is.

Precies daarom hopen we dat Vlaanderen bereidt zal zijn om met middelen over de brug te komen, om deze visie mee te helpen ontwikkelen en uitrollen.

Ik wil hierover verder in dialoog. Dialoog met de Vlaamse administratie, maar ook met het kabinet Homans zelf.

wo 21/10/2015 - 14:27