Tijdens het afsluitend feestelijk evenement van het symposium 'stadsdichters langs Schelde en Rijn' paar weken geleden, debuteerde onze stadsdichter een gedicht over de tijdelijke noodbrug tussen Gras- en Korenlei, met de expliciete suggestie om het op de (voorlopige) brug aan te brengen.
Toen was het nog onzeker hoe lang deze voorlopige brug nog zou blijven liggen.
Ondertussen blijkt dat de brug reeds in december zou verdwijnen.
Spijtig dat de tijd te kort is om op een degelijke en creatieve wijze uitwerking te geven aan de idee om het toepasselijke gedicht op te hangen aan de brug, zodat voorbijgangers onverwachts geconfronteerd zouden worden met een gedicht, met onze taalkunst en met het fenomeen stadsdichter.
Dat brengt mij bij volgende vragen:
Is de schepen bereid om in de toekomst, wanneer zich een opportuniteit voordoet, gedichten of andere passende prozapassages hetzij tijdelijk, hetzij definitief in de publieke ruimte te brengen?
Is het te overwegen om bij die gelegenheden opdracht te geven aan de stadsdichter tot opmaak van een gedicht? Bij een aantal andere op het symposium aanwezige dichters bleek dat de lokale praktijk te zijn, met meer exposure tot gevolg?
N.a.v. het aflopend stadsdichterschap, graag ook een overzicht van wat de stadsdichter reeds realiseerde en wat nog gepland is?
Ik ga beginnen met uw laatste vraag naar een overzicht van wat de stadsdichter al realiseerde en nog van plan is.
David Troch heeft zich ontpopt tot een bijzonder actieve stadsdichter. Vlak na zijn aanstelling schreef hij meteen een eerste stadsgedicht, gent en ik, dat hij op de vrijdagsmarkt aan de man of vrouw bracht. Hij liet dit gedicht ook vertalen door Gentenaars in verschillende talen, ook in het Gents, wat werd gebundeld in een publicatie.
Hij hield ook een spreekuur in de bibliotheekfilialen met zachte woorden als geneesmiddel tegen elke kwaal. Dit vond al plaats in verschillende filialen van de bib, op DOK, op de boekenbeurs in de stand van het Poëziecentrum, en binnenkort ook in het AZ Jan Palfijn n.a.v. ‘de dag van de zorg’ (15 maart).
Hij schreef het moeilijkste gedicht van zijn leven voor de inkomhal van het vernieuwde Palfijnziekenhuis, dat permanent werd aangebracht.
Hij cureerde een verhalenfestival onder de stadshal, met bekende en minder bekende dichters, schrijvers en vertellers (David Troch, Herman Brusselmans, Myriam Van Hee, Sabien Clement, …) die verhalen kwamen vertellen of voorlezen uit eigen werk.
Hij werkte ook samen met de stadsbeiaardier, en onlangs nodigde hij, zoals u vermeldde, collega-stadsdichters uit voor een symposium in het kader van Gent Kleurt Oranje.
En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, schreef hij ook spontane gelegenheidsgedichten. Toen de Buffalo’s kampioen speelden, toen Luc de Vos overleed, en ook toen hij de voorlopige brug aan de Korenlei opmerkte. U vraagt of we de stadsdichter dergelijke opdrachten kunnen geven. In dit geval waren het zijn gelegenheden die niet op voorhand ingepland kunnen worden, maar eerder voortkomen uit de inspiratie van de dichter op het moment zelf. In de overeenkomst staat dat de stadsdichter minimaal 6 creaties maakt, nu is het de dichter zelf die zich laat inspireren. Ik neem het idee om de stadsdichter specifiek werk in opdracht te laten maken zeker mee in de evaluatie van het stadsdichterschap.
Op uw vraag naar mogelijkheden om tijdelijk of permanent gedichten aan te brengen kan ik alvast het volgende antwoorden.
Er werden tot nu toe geen gedichten aangebracht in de publieke ruimte, buiten, maar de creaties van de stadsdichter werden wel op verschillende manieren naar buiten gebracht.
‘Gent en ik’ werd permanent aangebracht in het Gravensteen sinds het Winterwonderkasteel. En bij het afsluiten van de tentoonstelling ‘Blijven plakken in Gent’ n.a.v. 50 jaar migratie werd het eerste stadsgedicht ‘Gent en ik’ samen met de vertalingen van dit gedicht ‘wild’ geplakt op de zuilen die in het stadscentrum aanwezig waren.
David Troch schreef een geboortegedicht in opdracht van de dienst Bevolking. Gerda Dendooven maakte er een illustratie bij. Dit wordt als kaart via de dienst Bevolking aan alle jonge ouders, die hun kind inschrijven, meegegeven.
Zijn gedicht ter ere van de Buffalo’s heeft hij voorgedragen op het plein, vlak voor een match.
Van alle gerealiseerde gedichten in het kader van het stadsdichterschap zal een audio-opname gemaakt worden en op een centrale website ontsloten worden. Hiervoor is het nieuwe platform ‘Paukeslag’ dat door het Poeziecentrum uitgebouwd wordt, een aangewezen plaats.
Het gedicht tijdelijk aanbrengen op de voorlopige brug aan de Korenlei is niet evident want de brug verdwijnt op 1 december, dus tegen dat we een drager hebben laten maken is ze al bijna weg, maar we onderzoeken momenteel of er nog voorlopige bruggen aangelegd worden in de toekomst waarop we het kunnen aanbrengen.
Het definitief aanbrengen in de openbare ruimte is iets wat grondiger bekeken moet worden, maar momenteel onderzoeken we de piste om ‘gent en ik’ op te nemen in de poëzieroute. Het sluit ook aan bij mijn beleidsvisie rond kunst op straat en de stad als drager te gebruiken.
En dan tot slot: ik weet dat hij zijn stadsdichterschap wil afsluiten door een wereldrecord te vestigen samen met zoveel mogelijk culturele partners en Gentenaars. Hij zal daarover op een later moment meer informatie geven.
wo 18/11/2015 - 15:36