Eind september besliste de Vlaamse regering bij haar begrotingsopmaak dat de compensatie die de gemeenten kregen voor het wegvallen van de onroerende voorheffing (en dus ook van de gemeentelijke opcentiemen) op ‘mat & out’ (materiaal en outillage) voor bedrijven, omdat de Vlaamse regering deze bedrijven zelf vrijstelling verleende om meer nieuwe investeringen te doen, vanaf het aanslagjaar 2015 zal stopgezet worden. Dit betekent dat heel wat gemeenten in 2016 geen volledige compensatie meer zullen krijgen. Volgens de Vlaamse regering zal de groeivoet (3,5%) van het Gemeentefonds het verlies in drie op vier gemeenten ondervangen. Voor de overige gemeenten wordt een compenserende overgangsregeling voorzien waarvoor tot en met 2019 een jaarlijks vast bedrag van iets meer dan 13 miljoen euro wordt uitgetrokken. Hoe dan ook zullen de steden en gemeenten vanaf 2016 samen 48 miljoen euro minder toegeschoven krijgen.
De overzichtstabel op de webstek van de Vlaamse Belastingdienst die de gevolgen van deze beslissing per gemeente zou weergeven, toont wel een percentuele impact maar geen concrete cijfers. Behalve voor enkele steden en gemeenten, die in de pers specifiek werden vermeld. Voor Gent wordt er gesteld dat de stad vanaf volgend jaar jaarlijks zo’n 2,67 miljoen aan inkomsten zou derven.
Hoe zal de stad Gent die minderontvangst opvangen?
Vlaams minister van Financiën Turtelboom ziet het probleem niet omdat, zo stelt ze, het Gemeentefonds en de overgangsregeling in voldoende compensaties voorzien. Volgt de stad Gent deze redenering?