Het Vlaamse Gewest (Administratie Wegen en Verkeer) plant al enige jaren de volledige heraanleg van het op- en afrittencomplex van de E40 in Baarle. Dit is geen eenvoudige opdracht, dit grote infrastructuurwerk moet samengaan met het versterken van de lokale leefbaarheid, het verbeteren van de bereikbaarheid van het westelijk gelegen industrieterrein, evenals het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en het behoud van de open ruimte.
In verschillende studies zijn drie alternatieven qua locatie ontwikkeld. Het eerste scenario kiest voor een oplossing op de plaats van het huidig op- en afrittencomplex, omdat dit geen extra ruimte inneemt. Daarnaast is er het tweede scenario om het op- en afrittencomplex te verplaatsen in westelijke richting zodat het verkeer van het bedrijventerrein quasi rechtstreeks kan op- en afrijden vanop de autosnelweg. Het derde scenario kiest voor een complex ten oosten van de N466 en dus relatief ver weg van bedrijventerrein. Dit derde scenario is qua ruimtelijke kwaliteit het meest ingrijpend: het situeert zich net in het waardevolle kouter- en valleigebied van de Leie.
Zeker het scenario voor het oostelijk complex roept bij de plaatselijke bevolking veel vragen op, met name over de impact op de open ruimte, op de bijzondere landschappelijke kwaliteiten en de natuurwaarden van de Leiemeersen.
Doorheen haar ruimtelijk planningsproces heeft de Stad Gent er bewust voor gekozen om Drongen en Baarle niet op te nemen in de afbakening van het ‘stedelijk gebied’, maar stedenbouwkundig te definiëren als ‘landelijk gebied’. Vanuit een beeld van de stad als klokhuis kan zo dicht bij het centrum waardevolle open ruimte versterkt en gekoesterd worden.
Dit leidde tot de opdracht voor een ‘strategisch project Kouter- en Leieland’ vanuit de volgende overweging: “Het gemeentelijk structuurplan Gent selecteerde het Kouter- en Leieland als strategisch project dat op een actieve wijze moet worden uitgewerkt, onder meer door het realiseren van een kwalitatief open ruimte landschap, de gerichte inbreng van natuur, de ondersteuning van de landbouw, de inperking van woonlinten en het creëren van duidelijk afgewerkte randen van het bebouwde weefsel.” Het resulteerde oktober 2012 in een Eindrapport dat uitvoerig werd besproken in de bevoegde gemeenteraadscommissie.
De inhoud en conclusie van dit Eindrapport luidt: “In het Kouter- en Leieland … moet het onbebouwd karakter overwegen. In het Kouter- en Leieland kan nog structureel ruimte worden gevonden voor landbouw en bebossing op het grondgebied van de Stad Gent…”.
Het lijkt duidelijk dat het scenario voor het oostelijk scenario voor een nieuw op- en afrittencomplex moeilijk te verzoenen is met de ruimtelijke visie en het strategisch project Kouter- en Leieland. Want dit wordt juist gepland midden de open ruimte van het kouter- en valleigebied.
Hoe kijkt de Stad vanuit het perspectief van stedenbouw en natuur naar de plannen van AWV, en in het bijzonder de oostelijke variant?
Deelt de schepen de bezorgdheden van de bewoners van Baarle en Drongen die zich recent verenigden voor het behoud en versterking van de kwaliteit van hun leefomgeving?
In het voorjaar van 2010 heeft het consortium Technum – Tractebel – Tritel – Maat Ontwerpers in opdracht van het Agentschap Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen, in overleg met Gent, Nevele en de Vlaamse diensten ontwerpend onderzoek uitgevoerd ter voorbereiding van de procedure (planmilieueffectenrapport, gewestelijk RUP en projectmilieueffectenrapport) voor de herinrichting van het op- en afrittencomplex E40 / N466 te Baarle (Drongen).
De door AWV gestelde doelstellingen van het project, nl. een goed functionerend complex, een kwaliteitsvolle bereikbaarheid van het bedrijventerrein en een veilig en leefbaar - vnl. vanuit het oogpunt van verkeer – Baarle zijn, op vraag van het stadsbestuur aangevuld, met een vierde criterium, nl. de vraag naar een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Bovendien betekent leefbaarheid meer dan ‘verkeersleefbaarheid’. Baarle moet op alle vlakken leefbaar en duurzaam zijn: als een woon dorp aan de Leie, waar er eveneens plaats is voor lokale handel en voorzieningen (school, RVT Leiehome, enz.), natuur (Keuzemeersen, Leievallei, het kouter- en bulkenlandschap) en laag dynamische recreatie (wandel- en fietsnetwerk).
Wat deze natuurwaarden betreft, heeft het stadsbestuur steeds de huidige ruimtelijke visie herhaald: een optimaal behoud en bescherming van de Gentse groengebieden, omwille van hun functie als gebruiksgroen (woongroen of wijkpark) of omwille van hun natuur- en ecologische waarde (biologisch waardevol tot biologisch zeer waardevol). In het groenstructuurplan (goedgekeurd in 2012) worden ook gebieden van de gewenste groenstructuur (bosuitbreiding, natuurontwikkeling, …) meegenomen: de Leievallei, met onder meer de noordelijke Keuzemeersen is hierbij geselecteerd als één van de deelgebieden van het nog af te werken thematisch RUP groen.
Na vele overlegmomenten, resulteerde dit ontwerpend onderzoek eind 2014 in een eindrapport, waarin er nog steeds zes verschillende varianten zijn weerhouden na de zgn. trechtering van 20 varianten.
In de opstartfase van de procedure heeft het stadsbestuur gevraagd om nog geen voorkeursscenario te formuleren zodat alle scenario’s op zijn minst ook het voorwerp uitmaken van de planmilieueffectrapportage die in het kader van dit project zal moeten gebeuren.
Vanaf het begin heeft het stadsbestuur, omwille van de complexiteit van dit dossier, expliciet aangedrongen bij AWV om, met ondersteuning van onze Dienst Beleidsparticipatie, voldoende vroeg (bij voorkeur voor de opstart van de officiële procedurestappen met o.a. de kennisgeving van het planmilieueffectenrapport) en voldoende ruim te communiceren. Dergelijk groot project heeft immers een impact op gans Baarle, en niet enkel op het deel waar het project uiteindelijk zal gerealiseerd worden. Er moet absoluut vermeden worden dat de verschillende ‘wijken’ van Baarle (nl. Keuze, Noordhout, Baarledorp of Baarleveld) tegen elkaar uitgespeeld worden.
Mede door het uitblijven van deze communicatie, hield de Actiegroep Leefbaar Baarle (vzw in oprichting) op 22 januari 2016 een buurtvergadering. Hierbij formuleerde de Actiegroep als één van de doelstellingen om gefundeerde input te geven op de plan-MER-nota, waarbij ook rekening wordt gehouden met objectieven zoals:
Het stadsbestuur heeft tijdens de fase van het ontwerpend onderzoek dezelfde aandachtspunten geformuleerd, weliswaar niet enkel voor Keuze, maar voor gans Baarle.
Ik kan dus zeker bevestigen dat we rekening willen en zullen houden met de bezorgdheden van de bevolking van Baarle. Onvermijdelijk zorgt het onderzoek van meerdere scenario’s voor onrust, die voor een belangrijk deel onnodig maar wel begrijpelijk is. We moeten bij AWV aandringen op goede communicatie en duidelijkheid betreffende de mogelijke uitvoering en de timing. Het zou immers volstrekt zinloos zijn om onrust te zaaien over werken die mogelijk niet zullen uitgevoerd worden.
vr 05/02/2016 - 11:19