In de Verenigde Staten is het wonen in een klein huisje, een tiny house, een trend. Het gaat om woonoppervlaktes van ongeveer 25 tot 28 m². De gemiddelde kostprijs is 30.000 euro, een doe-het-zelf pakket kost 15.000 euro. Als je ze op een trailer bouwt, zijn ze verplaatsbaar en moeten ze voldoen aan de wegcode. Het verschil met een caravan is dat het om duurzame woningen gaat, waarin je ook in de winter kan wonen.In onze provincie is er sinds kort een 18 jarige ondernemer actief in de bouw van Tiny Houses, in Maldegem met name. Verplaatsbaar, op een trailer. In zijn privétuin plaatste hij een klein huisje waar een vluchteling enkele maanden kan verblijven. Verder lijkt de interesse bij jonge budgetbewuste mensen en koppels, jonge starters, consuminderaars vrij groot te zijn. In Gent heb ik intussen al weet van initiatieven die een Tiny House betrekken, op een privé domein.
De stadsdiensten hebben het fenomeen van kleine woonsten inderdaad bestudeerd en wel vanuit verschillende invalshoeken: ecologische en ruimtelijke duurzaamheid, stedenbouw én betaalbaarheid. De diensten hebben gesprekken gehad met de initiatiefnemers van Tiny House, Arc Shelter en Skilpod.
De Stad Gent heeft deze zomer een subsidieaanvraag ingediend bij Provincie Oost-Vlaanderen in functie van de realisatie van 25 tot 40 tijdelijke woningen voor kwetsbare doelgroepen en bij dezelfde projectoproep heeft het OCMW een subsidieaanvraag ingediend in functie van het verruimd inzetten van onbebouwde percelen voor tijdelijke woonoplossingen. Labland kreeg hiervoor zeer recent een toelage van 60.000 EUR.
Wat gemeenschappelijk is tussen tiny houses en de twee subsidieaanvragen is de erkenning van de nood aan tijdelijke oplossingen, aan kleine woongelegenheden en aan betaalbare modellen die op korte termijn een nood kunnen lenigen.
Er is een onderscheid tussen doelstelling en vorm. De vorm van tiny houses zoals nu vaak in beeld gebracht, roept een aantal bedenkingen op: is dit wel een stedelijk model? Op welke manier is het model te rijmen met de vraag naar verdichting? Zijn de woonsten voldoende groot en voldoen ze aan de vigerende normen? Zijn ze duurzaam gebouwd? Is een schakeling mogelijk zodat er compact kan gebouwd worden?
Het kan niet de bedoeling zijn om een – bij manier van spreken – verkaveling op te maken met kleine huisjes waarbij het onderscheid met een woonwagenpark of een terrein met vakantiebungalows vervaagt.
Op vlak van wonen is het onderzoek naar tijdelijke oplossingen absoluut noodzakelijk. Dit mag echter de aandacht niet afleiden van structurele oplossingen die werkelijk de krapte op de woonmarkt kunnen tegen gaan. Ik geloof niet dat tiny houses een wondermiddel is voor de globale problematiek van betaalbaar wonen. In een stedelijke omgeving zijn vrijstaande kleine woningen ook niet het meest duurzame model. Voor kwalitatief kleiner wonen bestaan de meergezinswoningen die een kleinere voetafdruk hebben.
Of er wettelijke drempels zijn, hangt af van de plaats waar je de kleine woonsten wil plannen. De Codex maakt enerzijds veel mogelijk, een wildgroei van kleine woonsten in 20ste eeuwse verkavelingen is anderzijds ook geen wensbeeld.
Gelet op het project dat we ingediend hebben bij de provincie, kan u er dus zeker van zijn dat wij een concept van tijdelijke woonsten willen uitwerken. Of dat al dan niet met tiny houses is, zal verder onderzoek naar bouwmodellen moeten ophelderen.
Met sogent zoek ik naar een terrein waar we een pilootproject rond dergelijke nieuwe woonvormen zouden kunnen uitwerken.
vr 14/10/2016 - 09:41