Britse wetenschappers hebben becijferd dat in een middelgrote stad per m2 groen gemiddeld 3,16 kg CO2 wordt opgeslagen, vooral door bomen. Indien 10% van het publieke groen zou bestaan uit bomen in plaats van gras, dan zou de CO2 opslagcapaciteit met 12% toenemen. Afhankelijk van de plek zou één boom elk jaar 3000 tot 10.000 autokilometers compenseren wat betreft de stikstof- en CO2 uitstoot.
In een wetenschappelijk rapport over maatschappelijke en economische baten van stedelijk groen hebben ze in Nederland zelfs de financiële baten berekend van de aanwezigheid van de groenelementen in de stedelijke context. Men verrekende daarbij onder meer besparingen op zorgkosten en ziektekosten inclusief afname van gebruik van antidepressiva en ADHD-medicijnen, de toegevoegde waarde op onroerend goed, de verkoeling en besparing op energiekosten in de kantoren, groei productiviteit van kantoormedewerkers, besparing aan afvoer- en zuiveringskosten van regenwater, de meeropbrengst door nieuwe horecabedrijven (tgv groen) en de opbrengst van de volkstuinen. In Amsterdam zou de waarde van het luchtzuiverend effect van alle stadsbomen samen elk jaar neerkomen op 800.000 €. Groningen, 400.000 inwoners, zou 350.000 € meerwaarde genereren. Ik noem er nog 2: 130.000 Euro voor ’s-Hertogenbosch, 90.000 voor Haarlem. Voor heel Nederland zou het om 28 miljoen euro per jaar gaan. Wanneer het aantal bomen in de kernen met 10% toeneemt, dan zou dit jaarlijks een waarde van 2,8 miljoen euro opleveren.
Naaldbomen (bij voorkeur wintergroen) onderscheppen meer fijn stof en vluchtige organische stoffen dan loofbomen. Binnen de categorie van loofbomen zijn bomen met ruwe en behaarde bladeren effectiever dan die met gladde en platte bladeren. Loofbomen met platte en brede bladeren vangen meer NO2 en Ozon op. Boomsoorten die veel vluchtige organische stoffen uitscheiden, zoals eik, populier, plataan, wilg, verhogen de kans op zomersmog en worden beter niet in grote aantallen gebruikt.
De effectiviteit van het filteren is afhankelijk van het soort boom en van de plaatsing van de bomen. Boomsoorten die de ene component goed uit de lucht opnemen, doen dit niet bij een andere. Het is dus aangewezen om een slimme mix van boomsoorten en bladtypes te mengen om de cocktail aan vervuiling op te vangen. Vrijstaande bomen en lijnelementen zijn effectiever dan een brede beplanting (bijvoorbeeld een bos).
De verontreinigde lucht moet immers door de beplanting stromen, niet er overheen. Door de schermwerking van de bosrand komen de meeste bladeren in het bos niet in aanraking met de vervuilde lucht.
Bomen pal naast de weg, indien dichtbegroeid, dempen de windsnelheid, geven daardoor een groen tunneleffect, dat de uitlaatgassen net met minder lucht mengt. (dus zelfs hogere concentraties van fijn stof). Het ‘groene tunneleffect’ kan (gedeeltelijk) worden voorkomen door te zorgen voor een beplanting met voldoende porositeit (meer dan 40%).
Het burgemeestersconvenant voorziet de opname van groen niet in de CO2-monitor. In die zin telt groenaanwezigheid niet mee in de cijfers van de Gentse CO2-uistoot.
Maar de vraag voor mij is niet of het mee telt, maar of het wel wenselijk is groenvoorziening in dezelfde monitor mee op te nemen. Er zijn een aantal redenen om dit namelijk niet in één pot te gooien.
Als we de totale uitstoot van broeikasgassen bekijken, dan is het overduidelijk dat 75 % van de uitstoot van broeikasgassen gelinkt is aan energieproductie, industrie, transport en gebouwen. Dus prioritair aan te pakken. Groenvoorziening en bossen vervullen wereldwijd een heel belangrijk “sink” functie. Ontbossing en bosdegradatie veroorzaken ook heel wat uitstoot van emissies. Maar het aanpakken van de uitstoot van energieproductie, industrie, transport en gebouwen enerzijds en het behoud van de sink capaciteit van bossen anderzijds vergt een andere aanpak.
Waarom vergt dit een andere aanpak? Enerzijds is dit te wijten aan de technische en andere moeilijkheden die gepaard gaan met het meten van de sinkcapaciteit of emissies gelinkt aan v.b. groen en bossen. Het is dus af te raden om de sinkcapaciteit van bossen en groenvoorzieningen in te brengen in de metingen van de uitstoot van fossiele brandstoffen. Maar bovenal biedt de ganse discussie over het inbrengen van groenvoorziening en bossen in de CO2-metingen het perfecte excuus voor heel wat actoren om emissies veroorzaakt door fossiele brandstoffen te gaan compenseren met de sinkcapaciteit van groen en bossen. En dit mag absoluut niet gebeuren.
Je kunt je ook wel de vraag stellen hoeveel groenvoorziening er nodig is om alleen al in Gent de emissies gelinkt aan fossiele brandstoffen te gaan compenseren.
Het Klimaatplan gaat over ca. 1.500 kton CO2 (=C02-uitstoot die valt onder het burgemeestersconvenant, dus ETS-bedrijven zitten hier niet bij). Als we rekenen met 3,16 kg CO2 opname per m² groen komen we uit op ongeveer 3 keer de oppervlakte van Gent die nodig is om dit te compenseren.
Er zijn ontzettend veel redenen om bomen en groen te voorzien, maar CO2-opname is daar voor ons geen van. Bomen/groen kunnen uiteraard wel een rol spelen in klimaatadaptatie (verkoelend effect).
vr 20/05/2016 - 09:13