In december ging het zogenaamde actieplan ‘Radicalisering in de kering’ (TRIK) in Gent van start. Bedoeling was een antwoord te bieden op de problematiek van de Syriëstrijders in het kader van het vertrek naar Syrië van tal van Belgen sinds de zomer van 2012 én de vaststelling dat er daar nu ook Gentenaars tussen zitten.
Eerder al werd in de schoot van de Gentse politie een "Team Radicalisering” opgericht waarin vier personen actief zijn. Dit team heeft tevens de bedoeling de potentiële radicalisering in Gent in kaart te brengen en hier een antwoord op te bieden.
In het kader van het TRIK-actieplan werden ook twee nieuwe medewerkers aangetrokken om een antwoord te bieden op de concrete radicaliseringsproblemen en/of vragen in onze stad.
In een nota omtrent de organisatiestructuur van het TRIK-team wordt er terecht verwezen naar de samenwerking met tal van stadsdiensten (zowel intern als extern), het onderwijs, OCMW, politie, Gentse moskeeën en diens meer.
Het stadsbestuur stelt dat een goed functionerend en fijnmazig informeel netwerk er de laatste jaren voor gezorgd heeft dat extremistische organisaties hier geen voet aan de grond kregen. Er wordt wel aan toe gevoegd dat we nu in een nieuwe fase aanbeland zijn en dat de aanpak verder verfijnd dient te worden.
De stad hanteert ook hier een driesporenbeleid (preventief, curatief, repressief), maar wat me opvalt is dat de politie enkel expliciet wordt vernoemd in het repressieve luik. In het curatieve luik is er enkel sprake van de vraag “Wanneer ga ik naar de politie?”.
Als ik het “Samenwerkingsprotocol” van het Kernteam Radicalisering doorneem, wordt er in dat document duidelijk gesteld dat er nood is aan een stappenplan binnen de organisaties samen met cruciale externe partners (school, OCMW, politie, parket, ... ) om te komen tot concrete afspraken.
En hier kom ik tot de reden van mijn interpellatie: blijkbaar staan alle neuzen nog niet in dezelfde richting. Ik verwijs hierbij naar de mondelinge vraag die ik stelde tijdens de voorbije commissie Algemene Zaken van maandag 15 februari over een (al dan niet) radicale imam die kwam spreken in Gent.
Men kon mij dus niet zeggen of de bewuste imam al dan niet radicaal was (een stelling die ik gewoon op het internet aantrof). Bovendien bleek er dat er ondanks de intenties van het samenwerkingsprotocol geen samenwerking was tussen de stadsdiensten en de politie toen de betreffende vzw om subsidies vroeg voor de spreekbeurt van deze imam.
Zo werd er geen contact opgenomen met de Cel Radicalisering van de politie, als was het maar voor een eenvoudige controle of die imam niet als radicaal bestempeld kon worden. Ik hoef er u toch niet aan te herinneren dat nog niet zo lang geleden een radicale imam uit Brussel gewoon in Gent rondliep. Dat werd toen trouwens door de burgemeester bevestigd naar aanleiding van een andere vraag van mij.
Het lijkt me dus niet meer dan logisch dat in het kader van het TRIK-akkoord (dat trouwens rond dat tijdstip al in de startblokken stond), er op zijn minst kon gecontroleerd worden wie deze imam was.
Het stadbestuur antwoordde me dat het kader waarbinnen de activiteit plaatsvond (de gesubsidieerde lezing dus) er geen link was met een religieus discours dat al dan niet radicaal zou zijn. Moet ik hieruit dan begrijpen dat een radicale imam in Gent ongestoord een door de stad Gent gesubsidieerde lezing kan houden over pakweg de productie van koffie in derdewereldlanden? Moet ik dit nu concluderen uit het antwoord van het stadsbestuur dat ik kreeg tijdens de Commissie Algemene Zaken?
Daar werd trouwens ook gesteld dat het feit dat de imam geradicaliseerd is of niet, niet het voorwerp uitmaakt van de analyse door de betrokken diensten en door het stadsbestuur. Dit is een verantwoordelijkheid van de Veiligheidsdiensten (wie dit dan ook mogen zijn). Ook dit is een antwoord dat mijns inziens niet te rijmen valt met de intenties van de stad in het kader van het zogenaamde actieplan ‘Radicalisering in de kering’.
Ik had graag geweten of de stad Gent hierin wenst bij te sturen?
Wat is de huidige stand van zaken?
Hoe zal de wisselwerking tussen de stadsdiensten en de politie/veiligheidsdiensten in de toekomst verlopen?
Wanneer is er een eerste evaluatie gepland?