Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, atikelen 6 en 6bis;
Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, arrtikelen 3, 42° en 62;
Decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 56;
Codex secundair onderwijs van 17 december 2010, artikelen 3, 33°/1 en 15.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, artikel 42, §1.
Op donderdag 9 juni 2016 heeft de algemene vergadering van (OVSG) de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten vzw, de "Beginselverklaring neutraliteit van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs" goedgekeurd.
Ook (VVSG) de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten sloot zich hierbij aan.
Het gemeentelijk onderwijs is een openbare dienst die moet beantwoorden aan de principes van neutraliteit.
Met deze beginselverklaring wil het gemeentelijk onderwijs zich duidelijker profileren als neutrale onderwijsverstrekker.
De toelichting, als bijlage bij dit besluit, legt de beweegredenen uit en geeft de wettelijke basis mee.
De beginselverklaring zelf, eveneens als bijlage bij dit besluit, bevat de principes van wat neutraliteit betekent in een school, een academie of een centrum van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs.
Het formuleren van een lokaal gedragen pedagogisch, artistiek of agogisch project blijft tot de autonomie van het schoolbestuur behoren.
De beginselverklaring vormt daarbij de gemeenschappelijke noemer voor het hele stedelijk en gemeentelijk onderwijs, waaronder de lokale projecten een plek vinden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd voornoemde beginselverklaring goed te keuren zodat deze meer gedragenheid krijgt binnen de stedelijke Onderwijskoepel.
Op die manier gaat het schoolbestuur het engagement aan om haar eigen pedagogisch project, haar eigen schoolreglement en haar eigen onderwijspraktijk hiermee in overeenstemming te brengen.
Keurt goed de "Beginselverklaring neutraliteit van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs" zoals opgenomen in bijlage en integraal deel uitmakend van dit besluit.