In het Vlaamse Regeerakkoord werd aangekondigd dat het PWA zou worden ‘uitgedoofd’ en ‘ingekanteld’ in een nieuw systeem voor tijdelijke werkervaring. In een conceptnota van 30 oktober 2015, waarin de krijtlijnen van dat nieuwe systeem voor tijdelijke werkervaring werden voorgesteld, was sprake van een ‘drastische hervorming’, en de verdere uitwerking van het ‘nieuwe PWA’ in een aparte conceptnota. Op vrijdag 4 maart jl. werd die nota door de Vlaamse Regering bekrachtigd.
PWA is een belangrijk alternatief voor wie de stap naar regulier werk (nog) niet kan zetten, om allerlei redenen van sociale of persoonlijke aard. Bovendien wordt via het systeem invulling gegeven aan taken, die aanvullend van karakter zijn, en die anders niet ingevuld zouden worden. Het gaat om klein groenonderhoud en klussen bij mensen thuis, sneeuw ruimen, aanvullende taken op scholen, woonzorgcentra en andere rechtspersonen, of hulp bij het opzetten van een evenement.
Als lokale overheid zijn we belangrijke stakeholders in dit verhaal. Zo heeft de schepen altijd een sterk pleidooi gevoerd om het kind niet met het badwater weg te gooien, en minstens ‘een’ PWA-systeem in stand te houden.
Het klopt dat ik altijd gepleit heb voor het behoud van ‘een’ PWA-systeem. Weliswaar mét de nodige hervormingen.
Noch voor diegenen die in het systeem werken, noch voor diegenen die van PWA-dienstverlening gebruik maken, is er immers zomaar een alternatief.
Na de voorgenomen afschaffing kiest Vlaanderen nu toch voor een ‘grondige hervorming’, die vooral een ‘doorstart’ is van het bestaande PWA-systeem.
De minister lijkt dus gehoor te geven aan de bezorgdheden in het memorandum, dat we samen met Antwerpen en de VVSG opstelden.
Althans op het eerste zicht. Want het nieuwe concept ‘wijk-werken’ blijft vaag op teveel essentiële punten.
Zo is onduidelijk wie dit ‘wijkwerken’ concreet gaat organiseren, en met welke middelen dat moet gebeuren.
Vandaag nemen de PWA-vzw’s dit op, ondersteund door PWA-beambten die door de RVA lokaal ter beschikking worden gesteld.
Voor Gent alleen gaat dit over 5,16 VTE, in heel Vlaanderen over circa 263 VTE.
Die personeelsmiddelen worden integraal ingekanteld in de VDAB-werking, maar men “rekent op de expertise van de gemeenten” om het wijkwerken effectief te organiseren.
Als gemeenten dreigen we dus belast te worden met de organisatie van ‘wijk-werken’, terwijl alle middelen en expertise in de VDAB terecht komen.
Via de VVSG zullen we er bij de minister dus op aandringen om minstens a rato van de huidige PWA-bezetting middelen ter beschikking te blijven stellen, indien men wil dat we dit als Stad opnemen.
Naast deze organisatorische bekommernis zitten we ook op het inhoudelijke vlak met belangrijke vragen.
Zo is onduidelijk wat er zal gebeuren met de mensen die niet meteen bemiddelbaar zijn naar een andere vorm van tewerkstelling.
Of voor wie doorstromen naar regulier werk onrealistisch is.
Men beperkt het ‘wijkwerken’ in de tijd tot 6 maanden, verlengbaar tot 12 maanden. Maar men investeert niet in bijkomende plaatsen in de sociale economie (voor wie doorstroomt naar gewoon werk niet lukt).
Bovendien laat men na middelen te voorzien voor coaching op de werkvloer.
Dit staat in schril contrast met de ambitie om dit ‘wijkwerken’ empowered te laten werken, met de bedoeling de werkzoekenden binnen het jaar toeleidbaar te maken. Gelet op de doelgroep zal die begeleiding broodnodig zijn, wil men dit doel écht bereiken.
Wat als een ‘wijk-werker’ na 12 maanden geen werk gevonden heeft, maar door de (te) strikte tijdsbeperking uitgesloten wordt van wijkwerk:
wordt hij dan weer werkloos, zonder meer?
En is dat dan niet de échte werkloosheidsval?
Los hiervan ben ik ook bezorgd over het ‘verplichte’ karakter van wijkwerk, dat via een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt voorzien.
Ik hoop dat men dit niet gaat invullen vanuit een ‘controlerende’ mentaliteit, maar veeleer met een coachende ambitie. Want het succes van ‘wijkwerken’ zal staan of vallen met de wijze waarop men de doelgroep weet te motiveren.
Is die motivatie vooral ‘opgelegd’, en dus EXTRINSIEK, dan zal de kwaliteit van de dienstverlening daar snel onder lijden.
Bovendien kan het traject naar werk, waarin men het wijkwerken (terecht) inbedt, enkel dan écht werken, als het ook gestoeld is op de INTRINSIEKE motivatie van de werkzoekende: de wil dus, om nuttige en zinvolle dingen te doen, mét vergoeding bovenop de uitkering. En liefst tijdelijk.
Wat die vergoeding bovenop de uitkering betreft, ben ik verheugd dat ze ook binnen het nieuwe ‘wijk-werken’ voorzien blijft. Goed dat men inziet dat dit een belangrijke slok op de borrel is, voor wie het al niet breed heeft.
Jammer alleen dat enkel het principe is opgenomen. Hoe hoog de vergoeding zal zijn, en hoe ze zich zal verhouden tot de huidige PWA-vergoeding, blijft vooralsnog onduidelijk.
Al deze vragen heb ik overgemaakt aan de VVSG, die namens de steden en gemeenten onderhandelt met Vlaanderen en de VDAB over het nieuwe wijkwerk, en de (eventuele) rol van de gemeenten daarin.
Hun antwoorden zullen bepalen welke rol we in dit verhaal kunnen opnemen. Want momenteel zijn er teveel vaagheden en hiaten om die rol te bepalen.
di 22/03/2016 - 09:37