Terug
Gepubliceerd op 12/02/2021

2016_MV_00108 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Standpunt meerderheid over biomassacentrale

Commissie Welzijn, Werk en Milieu
di 15/03/2016 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: di 15/03/2016 - 21:54
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Greet Riebbels, Voorzitter; Jef Van Pee, Ondervoorzitter; Gabi De Boever; Guy Reynebeau; Sami Souguir; Zeneb Bensafia; Steven Vromman; Bram Van Braeckevelt; Sven Taeldeman; Sara Matthieu; Mehmet Sadik Karanfil; Astrid De Bruycker; Karin Temmerman; Karlijn Deene; Stephanie D'Hose; Mieke Bouve; Ömer Faruk Demircioglu; Robin De Wulf; Sandra Van Renterghem; Annuschka  Seyssens, ; Emmanuelle Mussche, verslaggever; André Rubbens, secretaris

Afwezig

Ilknur Cengiz; Elke Sleurs; Siegfried Bracke; Camille Daman; Johan Deckmyn; Wis Versyp; Dirk Holemans; Caroline Van Peteghem; Bruno Matthys; Paul Goossens; Geert Versnick

Voorzitter

Jef Van Pee, Ondervoorzitter
2016_MV_00108 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Standpunt meerderheid over biomassacentrale 2016_MV_00108 - Mondelinge vraag van raadslid Jef Van Pee: Standpunt meerderheid over biomassacentrale

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Naar aanleiding van de aanvraag van German Pellets van bescherming tegen zijn schuldeisers, hebben de partijen Groen en sp.a in het Vlaams Parlement (plenaire vergadering van woensdag 27 januari) het verwachte onrendabel worden van de biomassacentrales dik in de verf gezet.

Ook de bevoegde liberale minister gaf al meermaals te kennen weinig heil te zien in biomassa als energiebron van de toekomst.

Alle partijen die in Gent de meerderheid uitmaken, hebben zich dus op zijn zachtst gezegd kritisch getoond over de toekomst van biomassacentrales.

Indiener(s)

Jef Van Pee

Gericht aan

Tine Heyse

Tijdstip van indienen

wo 02/03/2016 - 14:09

Toelichting

Is het schepencollege nog steeds voorstander van de komst van de biomassacentrale in Gent, of sluit het zich aan bij de mening van zijn Vlaamse partijgenoten? En op welke argumenten is de visie van het college gestoeld?

Bespreking

Antwoord

Mijnheer Van Pee, ik hoor in uw vraag toch heel verschillende zaken. De al dan niet rendabiliteit van een biomassacentrale – dat is op zich natuurlijk iets wat de initiatiefnemer zal schatten en anderzijds de houding ten aanzien van biomassacentrale.

Nu wat de stad betreft: het is geen kwestie van voorstander zijn of niet. Als stad zijn wij geen initiator van dit project noch zijn wij verantwoordelijk voor het verlenen van de vergunning voor dit project want het betreft hier een klasse I bedrijf. Ook in de ganse discussie rond de toekenning van de GSC, wat uiteraard een invloed kan hebben op de rendabiliteit, hebben wij geen enkele bevoegdheid. De stad heeft enkel in de MER procedure en de vergunningsprocedure advies kunnen verlenen. Het is dus niet de stad die beslissingen in handen had of het bedrijf zich hier al dan niet kon vestigen, laat staan over de ondersteuning die het bedrijf al dan niet krijgt in de vorm van groenestroomcertificaten.

We hebben wel onze rol opgenomen waar we dit konden namelijk in het advies op het project MER en de vergunningen door een aantal duidelijke voorwaarden naar voor te schuiven. Want er waren bezorgdheden enerzijds rond de duurzaamheid van de biomassa stromen en anderzijds de efficiëntie van de centrale.

Enerzijds hebben we in ons advies rond de vergunning laten opnemen dat biomassastromen afkomstig moeten zijn van een duurzame bron, geen negatieve impact vormen op de biodiversiteit, op de concurrentie met voedsel, op sociale aspecten en landconflicten. Ook dient er een koolstofboekhouding bijgehouden te worden waarin de koolstofschuld wordt berekend. Op die manier wilden wij toch een impact hebben op de mate van duurzaamheid van de stromen. Deze zaken waren ons inzien te weinig overgenomen in de milieuvergunning. Het bedrijf is vervolgens met ons die discussie willen aangaan. Als resultaat hiervan zijn gedetailleerde duurzaamheidsvoorwaarden wel opgenomen in de concessieovereenkomst die het bedrijf met de haven heeft afgesloten. Dus daar hebben wij een stap verder kunnen zetten dan de milieuvergunning.

Een tweede bijkomende voorwaarde die we ook consequent naar voren geschoven hebben is, is dat de afvalwarmte moet nuttig gebruikt worden door deze in te zetten in een uit te bouwen warmtenet. In het advies dat de stad Gent verleend heeft over de milieuvergunning is volgende paragraaf opgenomen: Het uitbouwen van een warmtenet kan het netto rendement van de centrale gevoelig doen toenemen. Er dient verder uitgekeken te worden naar mogelijk afnemers van warmte, opportuniteiten dienen onderonderzocht te worden

Dit is deels meegenomen in de milieuvergunning maar ook in de concessieovereenkomst tussen het Havenbedrijf en het bedrijf in kwestie. Ondertussen wordt hier ook al onderzoek gedaan naar welke bedrijven of andere actoren warmte kunnen afnemen.

Tot slot, en ook al overstijgt dit het individuele dossier, wou ik toch ook nog even meegeven dat ik bezorgd ben over de duurzaamheid van biomassastromen op lange termijn. Iedereen die met biomassa bezig is, zal erkennen hoe moeilijk het is om de duurzaamheid van die stromen te definiëren. Iets wat bijvoorbeeld vandaag een afvalstroom is, is dat morgen misschien niet meer.

Bovendien moeten we het debat aangaan of er op termijn voldoende duurzame stromen voor die toepassing beschikbaar zijn, en dit op een moment waarbij in Europa een toename van biomassacentrales met grote capaciteit (die afhankelijk zijn van import) te merken is.

wo 16/03/2016 - 09:49