-
Uit het antwoord op een recente vraag in het Vlaams parlement blijkt dat het gemiddelde percentage qua huurachterstand bij sociale huisvestingsmaatschappijen in 2015 2,34% bedraagt. Dat is een lichte daling met 0,06% ten opzichte van 2014 (2,40%). De cijfers voor WoninGent ogen minder positief: de maatschappij is met 8,87% in 2015 helaas koploper. Ook de globaal dalende trend is bij WoninGent niet vast te stellen: ten opzichte van 2014 (7,56%) is er een stijging met 1,31%.
In het ‘Beleidsplan WoninGent 2014-2019’ van begin 2014 is de bestrijding van de huurachterstand nochtans één van de operationele doelstellingen (OD 5.3). Concreet wil men deze terugdringen tot 1% van de huurinkomsten. De aangekondigde maatregelen zijn o.m. een striktere opvolging van de zittende huurders met huurachterstand (de cel huurachterstand werd hiervoor al uitgebreid) – al dan niet in samenwerking met het OCMW, en ook een striktere opvolging van de vertrokken huurders door het sneller opmaken van de eindrekening en de waarborgafrekening (binnen de 3 maanden in principe).
Hoe valt de negatieve evolutie in 2014-2015 te verklaren?
Werden de maatregelen uit het beleidsplan al volledig uitgerold? Hoe evalueert de schepen deze maatregelen?
Welke initiatieven zullen er genomen worden om de negatieve tendens te keren en tot een substantieel lager percentage te komen qua achterstand?