-
Op 1 september ging het M-decreet ook in de Gentse scholen van start. Vijf maanden is uiteraard een te korte periode om een grondige evaluatie te maken, maar diverse artikels in de pers en een recent debat in het Vlaams Parlement tonen aan dat dit toch een materie is om van zeer nabij op te volgen.
Eén aspect van de hervorming betreft de verschuivingen tussen het gewone en het buitengewone onderwijs. Een vaststelling die op Vlaams niveau gemaakt wordt, is dat kinderen die in september in het gewone onderwijs ingeschreven werden ondertussen de overstap naar het buitengewoon onderwijs gemaakt hebben. Ook vóór het M-decreet bestond deze beweging, maar de trend is nu misschien meer uitgesproken.
Een andere belangrijke bekommernis in het kader van het M-decreet is het bieden van de nodige extra zorg aan de kinderen met speciale noden in het gewone onderwijs. Hiervoor werden competentiebegeleiders voorzien, alsook projecten prioritaire nascholing en de pre-waarborgregeling, die vanaf volgend schooljaar substantieel uitgebreid wordt. In september antwoordde de schepen dat de Pedagogische Begeleidingsdienst daarnaast nog een heel ondersteuningsaanbod (nascholingen, enz.) ter beschikking had. Uit persberichtgeving blijkt niettemin dat het opvangen van de extra zorgbehoefte voor leerkrachten en/of scholen niet altijd evident is.
Een laatste punt dat ik hier wil aanhalen is de rol van de CLB’s. Uit persartikels en ook uit het debat in het Vlaams Parlement blijkt dat sommige CLB’s zich blijkbaar soms rigide opstellen bij het al dan niet doorverwijzen van kinderen naar het buitengewoon onderwijs, zonder rekening te houden met de visie van de ouders. Kinderen worden hierbij soms verplicht om willens nillens in het gewone onderwijs te starten, tot wanhoop van de ouders die hun kind dag na dag ongelukkiger zien worden.
Welke verschuivingen zijn in de periode 1/9/2015-1/2/2016 vast te stellen tussen het gewone en buitengewone basis- en secundair onderwijs, zowel in het stedelijk onderwijs als – voor zover de schepen over deze info beschikt – in de scholen van de andere netten? Zijn deze verschuivingen wel of niet vergelijkbaar met de voorgaande schooljaren? Is het al mogelijk de kwantitatieve impact van het M-decreet in het Gentse onderwijs te bepalen?
Hoe wordt het opvangen van de extra zorgbehoefte in de stadsscholen ervaren, zowel bekeken vanuit het perspectief van de kinderen als van de leerkrachten en de directies?
Welk beleid hanteert het Interstedelijk Centrum voor Leerlingenbegeleiding: in welke mate wordt rekening gehouden met de ervaring, inschatting en visie van de ouders? Heeft de schepen zicht op de werkwijze bij de andere Gentse CLB’s?
Om te antwoorden op uw eerste vraag. Op dit moment beschik ik enkel over de leerlingencijfers van de februari-telling van het stedelijk buitengewoon onderwijs.
Algemeen zie ik tussen september 2015 februari 2016 een toename van 596 leerlingen in alle stedelijke scholen:
- Hiervan zijn er 26 in het gehele buitengewoon onderwijs, voornamelijk te vinden in het type 2 onderwijs
- Het gewoon kleuteronderwijs stijgt met 430 kinderen, voornamelijk toe te schrijven aan de bijkomende instappende kleuters
- Het gewoon lager onderwijs stijgt met 6 kinderen
- Het gewoon secundair onderwijs stijgt met 106 leerlingen. Ter illustratie vorig jaar waren dit er 80 in dezelfde periode.
Wanneer ik naar de cijfers van het buitengewoon onderwijs kijk, zie ik tussen februari 2016 en februari 2015 een sterke daling in de stedelijke scholen die het basisaanbod inrichten. De daling van de leerlingen is vooral te wijten aan een verlaagde instroom.
Ik kan minister Crevits bijtreden als ze stelt dat er elk jaar verschuivingen zijn, en dat we daaruit nog niet veel conclusies kunnen trekken met betrekking tot het M-decreet.
Een antwoord op uw tweede vraag.
Binnen het basisonderwijs heb ik tot op heden in Gent nog geen zorgwekkende signalen ontvangen in verband met onvoldoende draagkracht bij de scholen.
Uiteraard staan de scholen er niet alleen voor. Zo kunnen ze steeds terecht bij de pedagogische begeleidingsdienst en is er de prewaarborgregeling. Dit is een vooronderzoek/experiment van 1 schooljaar waarbij personeel uit het buitengewoon basisonderwijs in 3 gewone basisscholen wordt ingeschakeld om de leerkrachten handelingsbekwamer te maken in het werken met leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Verder wordt er ook gewerkt aan het opstellen van groepsplannen, klasafspraken, differentiatie, … De eerste reacties zijn positief. Het is zowel voor de prewaarborgcoaches als voor de leerkrachten gewoon onderwijs een boeiende uitwisseling. Er volgt nog een grondige evaluatie die we aan Brussel zullen overmaken.
Bij het gewoon secundair onderwijs ervaar ik andere signalen dan bij het basisonderwijs. Het secundair onderwijs kan geen gebruik maken van de préwaarborgregeling, terwijl we wel een verhoogde instroom merken van kinderen voorden in het buitengewoon basisonderwijs zaten. Ik krijg signalen dat het water bij heel wat leerkrachten aan de lippen staat. We zullen de minister dan wellicht ook adviseren om de préwaarborgregeling ook naar het secundair onderwijs uit te breiden.
Een antwoord op uw derde vraag.
Het CLB-beleid vertrekt vanuit twee denkkaders: het zorgcontinuüm en het handelingsgericht werken. Een diagnostisch traject gebeurt met grote betrokkenheid van school, ouders en leerling. Het is daarbij zeer belangrijk dat er vertrokken wordt vanuit de individuele context van de leerling en een oplossing op maat wordt gezocht.
De CLB-medewerker streeft steeds naar een consensus met alle betrokkenen. Maar zoals ook in andere sectoren is een consensus bereiken niet altijd eenvoudig. Zeker niet wanneer er regelgeving dient gevolgd te worden. Zelfs de minister geeft aan dat sommige CLB’s strikt de regelgeving volgen, en dus niet altijd op de individuele wensen van de ouders kunnen ingaan. De regelgeving legt de mogelijkheden tot doorverwijzingen vast en daar zijn voorwaarden aan verbonden.
Op dit moment heb ik wel nog geen zorgwekkende signalen ontvangen.
di 16/02/2016 - 15:04