Het Mobiliteitsbedrijf, afdeling verkeerstechnische taken, is sedert 1 januari 2015 bevoegd voor het toekennen van parkeerplaatsen voor personen met een handicap.
Daarbij is de werkwijze van voormalig Bureau voor Verkeerstechniek (BVT) integraal overgenomen.
Enerzijds werden de normen van de ministeriële omzendbrief van 3 april 2001 betreffende het voorbehouden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap gehanteerd. Deze omzendbrief bepaalt dat aanvragen tot het voorbehouden van een parkeerplaats in de nabijheid van de werkplaats of van de woning van een persoon met een handicap, moeten onderzocht worden, rekening houdend met de volgende drie criteria:
1/De werk- of woonplaats beschikt niet over een garage of privé-parking die een vlotte toegankelijkheid waarborgt.
2/De aanvrager bezit een voertuig of wordt vervoerd door iemand die bij hem inwoont.
3/Het bezit van de speciale parkeerkaart is vereist.
Daarnaast werden door het Mobiliteitsbedrijf 2 bijkomende criteria in acht genomen, bepaald door de gemeenteraadscommissie voor Politie, Brandweer en Verkeer in zitting van 17 april 1990 en 13 november 1996:
4/een invaliditeit kennen van minstens 66 % = 9 punten, gestaafd door een medisch attest uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, Directie Generaal Personen met een handicap;
5/het zichtbaar vertonen van ernstige loopmoeilijkheden.
Deze bijkomende voorwaarden waren tevens in een vroegere circulaire van 19 september 1996 opgenomen. Deze circulaire werd opgeheven door de ministeriële omzendbrief van 3 april 2001 betreffende het voorbehouden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap. Deze laatste omzendbrief heeft deze bijkomende voorwaarden niet opnieuw opgenomen.
De Privacycommissie wees er in het kader van een vraag over de bijkomende voorwaarden op dat het vragen van de medische diagnose “toereikend, ter zake dienend en niet overmatig” moet zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor de medische diagnose wordt verkregen.
Het doel van deze bijkomende voorwaarden is om enkel een parkeerplaats toe te kennen aan personen met een beperkte mobiliteit waarvoor de bereikbaarheid van een niet-voorbehouden parkeerplaats problematisch is.
De bijkomende voorwaarden werden niet formeel vastgelegd in een reglement dat werd goedgekeurd door de gemeenteraad, maar informeel beslist door een gemeenteraadscommissie.
Er wordt een reglement opgemaakt dat de voorwaarden formeel vastlegt en objectiveert.
De objectivering houdt in dat de voorwaarden:
-een invaliditeit kennen van minstens 66 % = 9 punten, gestaafd door een medisch attest uitgereikt door de FOD Sociale Zekerheid, Directie Generaal Personen met een handicap
EN
-het zichtbaar vertonen van ernstige loopmoeilijkheden.
worden vervangen door:
-De aanvrager heeft ernstige moeilijkheden om zich te verplaatsen door een algemene handicap van ten minste 9 punten (66 %) waarvan 2 punten op verplaatsingsmoeilijkheden.
OF
-De aanvrager heeft ernstige moeilijkheden om zich te verplaatsen ten gevolge van een blijvende invaliditeit aan de onderste ledematen van 50 %.
Hierdoor hebben niet alleen personen met een visuele fysieke beperking de mogelijkheid om een aangepaste parkeerplaats aan te vragen maar ook personen met chronische ziekten die evengoed beperkte afstanden kunnen afleggen door hun ziekte (zoals astma patiënten, personen met hartstoornissen enz.).
Dit zijn objectieve criteria die afhangen van de vaststelling van de geneesheren van FOD Sociale Zekerheid.
Het advies wordt gevolgd.
Keurt goed het nieuw reglement houdende de voorwaarden tot het toekennen van parkeerplaatsen voor personen met een handicap, zoals gevoegd in bijlage die integraal deel uitmaakt van deze beslissing.