Sinds vorig jaar wordt bij de aankoop van een ticket van een voorstelling van NTGent automatisch een lijnticket meegegeven; onlangs werd deze regeling trouwens ook uitgebreid naar de Handelsbeurs. Deze combinatie wordt ook op andere plaatsen zoals AB in Brussel aangeboden en is bedoeld om de toeschouwers te duwen naar een meer duurzame vervoersmodus. In het bestuursakkoord is in punt 3.20 opgenomen: “organisatoren van evenementen moeten ervoor zorgen dat in tickets voor betalende evenementen en voorstellingen (vanaf een drempel van 300 toeschouwers) steeds een ticket voor het openbaar vervoer begrepen is.”
Nu we in Gent beschikken over een goed werkend nachtnet moet het mogelijk zijn dit systeem te veralgemenen. Andere podia-organisaties in Gent onderzoeken dan ook of het mogelijk is om een vergelijkbaar concept op te zetten, toch blijkt het niet zo makkelijk om tot een betaalbaar systeem te komen in overleg met de Lijn.
- Is het mogelijk een stand van zaken te geven van de uitvoering van dit punt uit het bestuursakkoord;
- Is er hier al overleg geweest met de Lijn en de geïnteresseerde cultuurhuizen uit de stad;
- Is er al een timing voor de implementatie van dit idee?
In uitvoering van het bestuursakkoord hebben we bij alle organisaties waarmee we een convenant hebben afgesloten voor structurele ondersteuning een paragraaf opgenomen waarin de organisaties zich ertoe partners te zijn in het cultuurbeleid van de Stad, onder meer op het vlak van duurzaamheid, klimaatneutraliteit en duurzame mobiliteit. Bij die organisaties die over een presentatieplatform beschikken werd ook hun engagement gevraagd om een systeem van combi-tickets te onderzoeken en mogelijks uit te werken.
Tot nu toe hebben enkel NTGent en de Handelsbeurs een dergelijke overeenkomst met De Lijn. Ik kan alleen maar toejuichen dat de cultuursector, die altijd al vooruitstrevend is geweest op het vlak van duurzaamheid, erin slaagt om duurzaam vervoer te promoten. Op 18 januari van dit jaar nam ik dan het initiatief om met de sector te spreken over uitbreidingsmogelijkheden.
Hieruit bleek dat de formule die De Lijn voorstelt niet altijd even gunstig is en dat het verhaal dus genuanceerd moet worden bekeken. Het potentiële voordeel is een afhankelijk van het type huis. Sommige huizen spelen immers in op een uitgesproken jong publiek, dat al weinig betaalt voor een ticket en met de fiets komt. Als je daar de prijs moet verhogen voor elk ticket terwijl het publiek toch met de fiets komt, is dat absoluut niet evident en is er dan ook scepsis bij die aanbieders. Daarnaast stellen wij vast dat de huizen die wel interesse tonen, niet altijd gunstige voorwaarden kunnen bekomen bij de Lijn, die zelf veel initiatieven neemt om de sector te overtuigen van deze samenwerking.
Het grote probleem met de overeenkomsten met De Lijn is de kostprijs. Die wordt berekend op het totale bezoekersaantal en niet op de aantallen die effectief gebruik maken van De Lijn. Een apart telsysteem op bus en tram door De Lijn voor de combitickets is er niet. De Lijn maakt een schatting op basis van steekproeven of enquêtes. Op die manier menen de organisaties dat ze echt veel moeten betalen om slechts enkelen een extra service te bieden. Dit is voor de meeste organisaties een belangrijke voorwaarde.
Het is moeilijk om hierbij niet de indruk te krijgen dat De Lijn een deel van de besparingen wil compenseren via de cultuursector, die al enorm onder druk staat. Ik begrijp dan ook dat niet alle aanbieders hierin wensen mee te gaan. Dit neemt niet weg dat we moeten blijven nadenken over creatieve formules die duurzame mobiliteit in het kader van culturele activiteiten stimuleren. Ik ben alvast blij dat de sector daar ook ernstig mee bezig is en ook in gesprek blijft met De Lijn. Ik hoop dat dit op termijn kan resulteren in overeenkomsten met De Lijn die werkelijk interessant zijn voor de organisatoren en voor het publiek. Voor verplaatsingen binnen de stad blijft wandelen en fietsen natuurlijk de manier bij uitstek om te promoten.
di 08/03/2016 - 11:39