.
De Antwerpse en Brusselse gerechtsgebouwen krijgen sinds maanden al extra bewaking en iedereen wordt er bij binnenkomst gescreend.
In de Gentse gerechtsgebouwen gebeurt er niets, geen bewaking, geen screening, wat is de reden daarvan, waarom dit verschil ?
Algemeen kan het volgende worden gesteld:
De Wet op het Politieambt artikel 23, § 4 bepaalt dat de Federale Politie en de Lokale Politie zorgen voor de handhaving van de orde in de hoven en rechtbanken en voor de bewaking van de gevangenen ter gelegenheid van hun verschijning voor de gerechtelijke overheden.
Het handhaven van de orde betekent niet dat dit gelijk staat met het bewaken of het beveiligen van het gerechtsgebouw.
Wanneer de hoven en rechtbanken niet zetelen en er geen personen moeten worden voorgeleid, is de aanwezigheid van de politiediensten in het gerechtsgebouw niet meer vereist.
De beheerder van het gebouw moet maximaal investeren in preventieve maatregelen. Dit kan bouwfysisch zijn bij het ontwerp van het gebouw door de architect of het studiebureau. De topologie, de samenstelling van de ruimtes in het gebouw, de veiligheidsinstallaties (metaaldetectoren, e.a.).
Toegangen, circulatiewegen en cellen, welke noodzakelijk zijn voor een veilige en verantwoorde begeleiding en bewaring van gedetineerden, worden tijdens hun aanwezigheid bewaakt en gecontroleerd door de politiediensten.
In normale omstandigheden moet de politie dus noch de gebouwen bewaken, noch permanent in de zittingszalen aanwezig zijn.
Bij Koninklijk Besluit van 11 juli 2003 werd ook het Veiligheidskorps opgericht. De leden van het Veiligheidskorps ressorteren onder de minister van Justitie en behoren dus niet tot de politiediensten. Binnen de Federale Overheidsdienst (FOD) Justitie is het directoraat-generaal penitentiaire instellingen (DGEPI) verantwoordelijk voor het korps.
De veiligheidsbeambten voeren taken uit die betrekking hebben op de veiligheid van hoven en rechtbanken (handhaving van de orde in hoven en rechtbanken), de overbrenging en bewaking van gevangenen, alsook de overbrenging van gerechtelijke dossiers (met het oog op de uitoefening van het wettelijk inzagerecht). De politiediensten blijven echter bevoegd ter zake.
Wat het specifieke terrorisme dreiging betreft gebeurt de analyse van de dreiging en het bepalen van de maatregelen in eerste instantie op nationaal vlak (Nationale Veiligheidsraad, OCAD, Crisiscenter). In tweede instantie gebeurt dit op lokaal vlak (Lokaal Coördinatiecomité, burgemeester, korpschef, verantwoordelijken van gebouwen en evenementen).
Het huidige dreigingsniveau is 3, met een nadruk op plaatsen waar veel volk samen komt (soft targets zoals het openbaar vervoer) en met de doelstelling om het normale leven zoveel als mogelijk te bevorderen.
De kans op een aanslag op de Gentse gerechtsgebouwen mag volgens de politie dan ook kleiner geschat worden dan een kans op bv. een aanslag in het Sint-Pietersstation. De kans dat er een aanslag gepleegd wordt in gerechtsgebouwen, in steden als Brussel of Antwerpen, is vele malen groter (bv. waar rechtszaken betreffende terrorisme lopen).
Het hoeft geen uitleg dat het voorzien van enorm veel vaste politieposten bij een dreiging niveau drie niet alleen zeer moeilijk haalbaar is maar bovendien geen totale garantie geeft tot het voorkomen van aanslagen. Tevens belet dit de inzet van onze politiecapaciteit daar waar nodig.
De Politiezone Gent kiest steeds voor een patrouillesysteem, voor alertheid en voor een snelle en goede reactie bij elk mogelijk incident of informatie.
Er zijn dus meer dan regelmatig patrouilles rond de gerechtsgebouwen en er is heel wat Politie aanwezig in het gerechtsgebouw belast met andere opdrachten.
Meer nog de politie is samen met de verantwoordelijke van het gebouw gestart met eerste contacten voor een optimalisatie van de veiligheid (zelfs los van het terrorisme dreiging).
wo 20/04/2016 - 10:39