Terug
Gepubliceerd op 24/02/2021

2016_MV_00453 - Mondelinge vraag van raadslid Paul Goossens: Talenonderwijs in het stedelijk onderwijs

Commissie Onderwijs, Personeel en FM
wo 12/10/2016 - 19:00 Gemeenteraadszaal
Datum beslissing: wo 12/10/2016 - 21:37
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Paul Goossens; Wis Versyp; Freya Van den Bossche; Sami Souguir; Fatma Pehlivan; Zeneb Bensafia; Anne Schiettekatte; Mehmet Sadik Karanfil; Astrid De Bruycker; Sandra Van Renterghem; Greet Riebbels; Mieke Bouve; Ömer Faruk Demircioglu; Robin De Wulf; Gert Robert; Chris Maryns-Van Autreve; Cengiz Cetinkaya; André Rubbens

Afwezig

Ilknur Cengiz, Ondervoorzitter; Siegfried Bracke; Bram Van Braeckevelt; Karlijn Deene; Camille Daman; Sven Taeldeman; Gabi De Boever; Johan Deckmyn; Caroline Van Peteghem; Sara Matthieu; Guido Meersschaut; Jef Van Pee; Stephanie D'Hose; Geert Versnick; Dirk Holemans

Secretaris

André Rubbens
2016_MV_00453 - Mondelinge vraag van raadslid Paul Goossens: Talenonderwijs in het stedelijk onderwijs 2016_MV_00453 - Mondelinge vraag van raadslid Paul Goossens: Talenonderwijs in het stedelijk onderwijs

Motivering

Toelichting/Motivering/Aanleiding

Volgens nieuwe cijfers van de Europese Unie blijkt dat België op vlak van talenonderwijs tot de slechtste leerlingen in de klas behoort in Europa. Slechts 37 procent van de Belgische lagere scholieren krijgen een andere taal aangeleerd. Enkel Portugal doet slechter.

Deze cijfers moeten echter in perspectief worden geplaatst. De statistieken omvatten de volledige zes jaar van de lagere school. Aangezien de meeste lagere scholieren pas op hun tiende hun eerste taal krijgen aangeleerd, is dit lage cijfer vooral te wijten aan het laat aanleren van een vreemde taal.

Onderwijsexperts roepen op om te innoveren op vlak van ons talenonderwijs door bijvoorbeeld taalinitiatie aan te bieden voor kleuters of aan immersieonderwijs te doen. Dit houdt in dat bepaalde vakken gegeven worden in andere talen, wat zou leiden tot een betere kennis van de vreemde taal in kwestie. 

Indiener(s)

Paul Goossens

Gericht aan

Elke Decruynaere

Tijdstip van indienen

di 04/10/2016 - 12:38

Toelichting

1)   In hoeverre wordt er ingezet op vreemde talenkennis in de lagere school in het stedelijk onderwijs in Gent? Zijn hierover cijfers beschikbaar?

2)  Zijn er evaluaties omtrent het talenonderwijs in het stedelijk onderwijs beschikbaar?

3)  Bestaan er plannen om het talenonderwijs binnen het stedelijk onderwijs aan te passen, bijvoorbeeld omtrent inzetten op taalinitiatie of immersieonderwijs?

Bespreking

Antwoord

In antwoord op uw eerste vraag:

Alle scholen in het stedelijk onderwijs zetten in op vreemde talenkennis in het lager onderwijs.

Hiermee volgen ze de opgelegde eindtermen. Maar we gaan verder dan dat. Zo zet het stedelijk onderwijs Gent ook in op een integrale visie rond taal. Want, daar zijn we van overtuigd, een integraal taalbeleid, gedragen door het volledige schoolteam, draagt bij tot een verhoogd leerrendement van alle leerlingen voor alle vakken.

Het taalbeleid komt tot stand op de school zelf en wordt gezien als een teamgebeuren. Taalbeleid is ook nooit af en steeds in evolutie.

Het stedelijk onderwijs vertrekt van:

-         een interactieve aanpak om bij leerlingen hun taalvaardigheid uit te bouwen,

-         het positief aanwenden van de taalheterogeniteit van de groep (gebruiken van de thuistaal als meerwaarde in de klas),

-         het bewust omgaan met taal en bevorderen van taalvaardigheid in alle vakken en activiteiten, …

Het stedelijk onderwijs creëert dus een rijke taalomgeving in de klas waar verschillende talen aan bod kunnen komen en die de algemene taalontwikkeling ten goede komt.

Het taalbeleid wordt concreet in de school vormgegeven. Ik benoem graag enkele mooie voorbeelden binnen het stedelijk net, zowel van het lager onderwijs waar wordt ingezet op taalinitiatie als het secundair onderwijs dat CLIL verkent:

-         In De Harp komen kleuters vanaf de eerste dag in contact met Frans. Dit samen met de klastitularis tijdens speelse momenten. Vanaf het eerste leerjaar werken de leerkrachten aan de hand van een vooraf bepaalde lijst, vanaf het derde leerjaar worden de Franse lessen door een vakleerkracht gegeven.

-         In de Kleuterschool Ter Leie, Bollekens en Bollekens 2 wordt initiatie Frans gegeven aan de oudste kleuters. Wekelijks krijgt de klastitularis hiervoor ondersteuning van een tweede leerkracht die spelenderwijs met de kinderen aan de slag gaat. Zo gaan de kleuters heel concreet en speels aan de slag met de Franse taal. Ze leren tellen en de kleuren en dit gekoppeld aan het thema waar ze op dat moment aan de slag zijn.

-         In Désiré Van Monckhoven werken ze met de methode van Pistache. Op die manier leren kinderen op een taalgevoelige leeftijd kennis maken met de Franse taal. De kennismaking gebeurt aan de hand van verhaaltjes en liedjes. Op die manier hebben de leerlingen al enige kennis voor de verplichte lessen in het 5de leerjaar. De school geeft aan dat kinderen te weinig in contact komen met de Franse taal, in tegenstelling tot met het Engels en dat ze er daarvoor kiezen om al vroeger dan het 5de leerjaar Frans te initiëren.

-         In het secundair onderwijs zet het Atheneum Wispelberg extra acties in om hun talenonderwijs tot een hoger niveau te tillen door:

  • Talenateliers te organiseren in de 2e graad. Dat betekent dat de leerlingen die de optie talen kiezen 3 uur per week Frans/Engels krijgen bovenop het gewone urenpakket. Die tijd wordt vooral gebruikt om rond de vaardigheden te werken.
  • Jaarlijks Frans of Engels toneel te organiseren waarbij de leerlingen elke woensdagnamiddag repeteren en eind april een voorstelling brengen voor medeleerlingen, ouders, vrienden en familie.
  • Een van de leerkrachten is dit jaar ingeschreven in een traject om CLIL-onderwijs te organiseren. We hopen daarmee vanaf volgend schooljaar het vak Gedrags- en cultuurwetenschappen te kunnen organiseren in het Engels.

-         Ook in De Wingerd wil de directie samen met de leerkrachten onderzoeken of CLIL-onderwijs mogelijk is. (maar zit nog in de onderzoeksfase).

In antwoord op uw tweede vraag:

Er zijn evaluaties beschikbaar.

Deze zijn te vinden op schoolniveau. Ze worden afgenomen bij de leerlingen van het zesde leerjaar. De klasleerkrachten hanteren hierbij de toetsen van OVSG.

Het afnemen van de OVSG-toetsen was voor het jaar 2015 en 2016 vrijblijvend. Maar vanaf 2017 voorzien we een verplichte deelname. Hiermee lopen we voor op de timing van de toekomstige regelgeving, waarin alle scholen op het einde van het zesde leerjaar een toets zullen moeten afnemen.

Om u wat concreter te antwoorden, put ik uit de rapportage van OVSG voor de gemiddelden Frans van 2015: (zie slides OVSG)

-         Voor schrijven zitten we net boven het Vlaamse gemiddelde

-         Voor lezen en luisteren, zitten we net onder het Vlaams gemiddelde

-         Voor de andere vaardigheden scoren we beduidend lager dan het Vlaams gemiddelde.

De resultaten van 2016 worden in de regiovergaderingen besproken de komende maanden. Met als doelstelling de directies aan de slag te laten gaan met hun team.

In antwoord op uw derde vraag:

Het taalonderwijs in het Stedelijk Onderwijs Gent is zoals gezegd in voortdurende ontwikkeling. Ook in de toekomst zal bekeken worden hoe vernieuwingen zoals taalinitiatie en immersieonderwijs in de vorm van CLIL verder uitgerold kan worden.

Daarbij is een gedragen visie vanuit de school en het schoolteam van doorslaggevend belang.

We volgen hierbij met aandacht andere projecten op en de zaken die in Vlaanderen beslist worden.

vr 14/10/2016 - 14:32